woensdag 27 augustus 2025

Dag 9 – maandag 25 augustus: Valgo

Mijn vaste loopje naar de bakker ’s morgens brengt me niet alleen brood, maar ook vermaak. Vanmorgen stonden er twee keurig opgemaakte dames voor me bij de kassa, nog net geen parelkettinkje om maar het hád gekund. De een in het wit en de ander in stemmig rood gekleed. Er lagen nog twee broden in het rek, en ze waren in discussie over welke ze nu moesten nemen. Het pain aux céréales? Of het pain de campagne? De dame-in-het-smetteloze wit dacht dat het laatste een goed idee zou zijn. Ok bakker, doe die maar. Of, nee, misschien toch de céréales? Wel zo gezond voor je darmen. Wat denk jij, Louise? Louise schikte eens wat aan haar rode blouse, kneep in het campagnebrood en besloot mee te gaan met de céréales. Doet u die maar, bakker. De jongen van de épicerie, want die was het en hij had zo te zien van zijn leven nog geen brood gebakken, nam bijna onmerkbaar zuchtend het landbrood terug om het te verruilen voor het volgens de dames veel gezondere brood. Het geld kwam op tafel (alles onder de €10 gaat cash), en ze maakten aanstalten de winkel te verlaten. Maar zover kwam het niet. Er werd wat gesmiespeld, en uiteindelijk vertrokken de dames tóch met het pain de campagne. De jongen slaakte een zucht van verlichting, maar herpakte zich snel en toen mocht ik mijn stokbrood afrekenen.

Tijdens het ontbijt kwam de blauwe Berlingo weer langsrijden. Dat doet hij twee keer per dag, en wel om de hond uit te laten. Een Golden Retriever rent er dan naast, of soms ervoor, terwijl zijn bazinnetje het (rustige) tempo aangeeft. Wij vroegen ons af of ze gewoon niet van wandelen hield, of misschien slecht ter been was, maar feit blijft dat de hond in kwestie zo te zien aan het gekwispel erg genoot van deze uitjes.

Vandaag hadden we twee activiteiten op het programma staan. We zouden eerst naar het chalet du Gioberney gaan, helemaal aan het einde van het dal, met flink wat hoogtemeters te trotseren. Maar ach, dat doen we niet op spierkracht maar op die van ons luxepaard, mét airco. Het tweede dat in de planning stond was het maken van een korte wandeling, waarbij we het grootste hoogteverschil ook eerst per auto zouden afleggen.

Na ongeveer 20 haarspeld bochten over een redelijk goede weg zagen we de plaats van bestemming. Het chalet was prachtig gelegen, eigenlijk niet eens zo hoog op 1650 meter, met zicht op de majestueuze bergen van het Parc des Ecrins rondom. Indrukwekkend. Het terras was drukbezet, maar voor ons was er nog een mooi plaatsje in de halfschaduw. De wind was op deze hoogte tamelijk koud, dus een beetje opwarming kon geen kwaad. We bleven er een tijdje zitten, genietend van al het moois om ons heen. En een plezier om al die bergwandelaars op pad te zien gaan, sommigen met de volledige uitrusting op hun rug en anderen met een bescheiden dagrugzakje. Er was ook een stel vrienden met een baby, en tussen de gesprekken door werd die gewoon even aan de borst gelegd. Heel wat anders dan in het preutse Amerika, waar je voor zoiets rustig een jaar de bajes in kunt gaan.

’s Middags gingen wij een wandelpoging wagen, heel wat minder spectaculair maar toch ook de moeite waard. Op advies van de dame van het Bureau du Tourisme reden we eerst een flink stuk met de auto omhoog vanuit Valgo, tot we bij een parkeerplaatsje kwamen waar gelukkig nog net één plekje over was. De temperatuur was met zo’n 24 graden ideaal om te lopen, en zelfs als je een klein stukje doet zie je van alles. Niet alleen goed naar boven kijken, vooral in een stad heel belangrijk, maar ook naar beneden. Ook op de vierkante decimeter is er vaak genoeg te zien. We liepen ongeveer een uurtje, en dat was genoeg. De verleiding om een grotere afstand af te leggen konden we weerstaan, het was zo precies goed. Niet meteen al je kruit verschieten, het is al mooi dat dit allemaal lukt.

Terug bij de tent keken we eens naar de weersverwachting voor de komende dagen. En, net als de week ervoor, ook nu woensdag en donderdag regen en onweer. Een duidelijke verslechtering, en later kwam daar nog een officiële waarschuwing bij. Kortom, we besloten morgenochtend te vertrekken. Een natte tent inpakken is bepaald geen hobby van ons. Bovendien, omdat dit vooral een wandelgebied is, viel er voor ons niet veel meer te ontdekken dan we nu gedaan hadden. Dat is wel altijd het nadeel van de bergen: je kunt niet zo makkelijk eens even ergens anders heenrijden. Neemt niet weg dat we genoten hadden. Maar mijn loopje naar de bakker, met bijbehorende praatjes, dat zal ik missen.













maandag 25 augustus 2025

Dag 8 – zondag 24 augustus: Valgo


Het is hier een drukte van belang. Zowel in als buiten het dorp. Maar niet op de manier waar je als eerste aan denkt, met opstoppingen door autoverkeer, nee, het zijn de bergsporters die voor gezellige reuring zorgen. Overal kom je ze tegen, mensen van alle leeftijden die bepakt en bezakt op pad gaan. Het is hier een waar wandelparadijs, en ook vanaf de camping zijn er mogelijkheden te over. Bij ons gaat het ook kriebelen, als we dat zien. Helaas zit een langere tocht er op dit moment niet in, maar morgen staat een korte wandeling wel op het programma. Eens kijken hoe dat gaat.

Vandaag was er nog wat extra te beleven in Valgo. Toen ik vanmorgen brood ging halen was het dorp vergeven van de sporters. Ik vroeg aan iemand wat er aan de hand was, het bleek een variatie op de triatlon te zijn waarbij de deelnemers eerst een traject moesten hardlopen, daarna volgde een pittig trail in de bergen, dan een stuk wielrennen en afsluiten met een parcours mountainbiken. Het zag er allemaal kleurig en fleurig uit.

Vandaag was een tweede rustdag voor ons. We hebben dat kennelijk echt nodig, en we hoeven tenslotte helemaal niets. En dus konden we ons wederom vermaken met taferelen van buurman en buurman, die vandaag bezig waren hun spullen in te pakken. Tentman is uiteindelijk eind van de dag vertrokken, caravanman redde dat. niet want zijn gisteren schoongeboende kleed was kennelijk weer vies geworden. Hij moest opnieuw met bezem en sop in de weer. Vertrek werd uitgesteld. Nou ja, het houdt hem van de straat.

De douches hier zijn van het type ‘druk op de knop en maak dat je wegkomt’. Lauwwarm water, ik vind het niks. Bert heeft daar in het geheel geen last van en begreep eigenlijk niet eens wat ik bedoelde. Maar het is allemaal wel superschoon, daar valt niks op af te dingen. Doen we ook maar niet dus. Wat de kosten betreft hadden het ook koude douches kunnen zijn: voor €15,50 per dag staan we hier, inclusief elektriciteit.

Tja, wat zal ik verder eens vertellen? Dat ik nu de verkoudheid heb overgenomen van Bert? Dat we hier een beetje op tijd moeten eten, omdat anders de zon al achter de bergen is verdwenen en het opeens heel koud wordt? Dat er ’s nacht geen lampen op het terrein branden en het dus aardedonker is? Dat er, afgezien van onszelf, geen enkele Nederlander staat? Dat het voornamelijk Fransen zijn die hier hun bivak opslaan? Dat we eigenlijk ontzettend lui zijn? Ja, dat moet het maar worden. En daarom stop ik voor vandaag met dit verhaal.

Morgen een nieuwe dag!
 

Een bijtje bij ons ontbijtje



zondag 24 augustus 2025

Dag 7 – zaterdag 23 augustus: La Chapelle-en-Valgaudémar (ofwel Valgo)


Ik ga op reis en ik neem mee….Kennen jullie dat spelletje? Iedereen moet, alvorens hij of zij iets toevoegt, eerst alles opnoemen wat de anderen al gezegd hebben. Leuke geheugentraining (waarbij kinderen het altijd winnen van volwassenen). Goed, ik begin. Ik ga op reis en neem mee: een zonnehoed. Nu Bert: een, zonnehoed, een boek. De buurman is aan de beurt: ik ga op reis en ik neem mee een zonnehoed, een boek en een grote bezem. Zijn buurman: ik….etc….een dweilstok-met-emmer. Tja, en zo kon het gebeuren dat we zagen hoe de buurmannen hun tentzeilen aan het schoonmaken waren. De een kampeerde in zijn eentje met als enig gezelschap een klein hondje in een grote caravan, de ander had een 10-persoons tent. Voor zichzelf, wel te verstaan. Caravanman begon. Hij haalde het grote zeil uit de voortent en begon met schoonvegen (ook hij had een bezem bij zich). Twee keer, drie keer, vier keer eroverheen. En elke keer vielen er weer nieuwe blaadjes uit de bomen. Herfst, weet u nog? Goed, eindelijk was hij tevreden. Maar de show was nog niet afgelopen. Nu kwam er een emmer water met vloermop aan te pas. Wel tien keer ging deze dweil erover heen, en nog was het niet goed. Tentman kwam kijken, die had inmiddels ook zijn grondzeil buiten gelegd. Nog maar een keertje vegen caravanman, zei hij. Aldus geschiedde. En daarna moest er natuurlijk ook weer gedweild. Tentman was iets minder grondig, al na twee keer vegen mocht ook hij de dweil inzetten. Na gedane zaken werden de zeilen zeer consciëntieus opgevouwen, net zolang opnieuw tot er nergens meer ook maar een millimeter uitstak.

Het riep allerlei vragen op. Waren het weduwnaars, die in stijl van hun verscheiden geliefden de boel op orde hielden? Waren ze zo van zichzelf? Was schoonmaken een hobby? Hadden ze een fobie voor blaadjes en takjes? Dan kun je maar beter niet kamperen... We hadden geen idee, maar we vermaakten ons prima met deze taferelen. Buurman en Buurman op een presenteerblaadje.

De nacht was prima verlopen. De slaapmat, maar liefst 10 cm dik en 3D dus echt matrasmodel die ik geleend had van de dochter, was de beste ooit. Dat slapen, daar had ik het meest tegenop gezien. Maar het viel 100% mee, evenals het in- en uit de tent komen.

Groot voordeel van dit terrein is dat het dorp op loopafstand is. Om half negen stond ik dus bij de épicerie, waar ze een depôt de pain hadden. Gewapend met vers stokbrood, boter en yoghurt kwam ik terug bij de tent. Tijd voor kampeerkoffie! Bert sliep nog, maar je hoeft het woord koffie maar in zijn oor te toeteren of hij zit rechtop. En er is toch niets fijners dan voor je tent van een Frans ontbijtje te genieten. Er hing weliswaar nog een lage wolk tussen de bergen, maar die trok wat later helemaal weg zodat we de hele verdere dag heerlijk weer hadden.

Vandaag was het een rustdag. We waren al zeven dagen onderweg, waarvan zes rijdagen. Omdat we hier zo’n goede plek hebben en zon dan wel schaduw voor het uitkiezen, was de enige noodzakelijke activiteit het af en toe verplaatsen van je stoel. Het wereldgebeuren raakte volledig op de achtergrond, wat een rust. Vooral de machteloosheid die dat af en toe oproept maakt je zo moedeloos, en hoewel het een luxeprobleem is zijn we wel blij dat we het even uit ons hoofd kunnen zetten. In de wetenschap dat dat voor de betrokkenen een onmogelijke opgave is.


Aan het eind van de middag liepen we nog even naar het dorpje om iets te drinken. Bij het afrekenen bleek dat contant te moeten, want onder de €10 kun je niet pinnen. Doe dan maar €11, zei Bert 😊. Creatief denken heet dat. Daarna haalden we in het winkeltje verse kaasjes en een saucisson, beiden van plaatselijke bedrijven. Bij de tent aten we de rest van het stokbrood erbij op, en toen hadden we ook eigenlijk wel genoeg. Koken lieten we dus maar achterwege. Hier hoog in de bergen koelt het ’s avonds natuurlijk flink af, en we trokken ons om een uur of negen terug in de tent met ons boek. Het was mooi geweest voor vandaag.

Morgen maar even dweilen. Voor nu: Ajeto!

                        © Spotify




zaterdag 23 augustus 2025

Dag 6 – vrijdag 22 augustus: La Grave – La Chapelle-en-Valgoudémar (Camping Les Marines)

Het is nu zeker: ik ben een ezel. Bewijs geleverd. Want, zegt het spreekwoord niet ‘een ezel stoot zich in ’t gemeen geen twee maal aan dezelfde steen’? Dat klopt als een bus, want ik deed het tweemaal aan een andere. (Dit is natuurlijk net zo’n domme vergelijking als ‘kaas = lekker, hagelslag = lekker, dus kaas = hagelslag). In Dijon bleef ik met mijn voet achter een opstaand steentje hangen. Ik kon nog net voorkomen dat ik viel, had alleen de volgende dag veel spierpijn omdat je onbewust alles aanspant. Eergisteren, op onze zoektocht naar een betaalbaar hotel, maakte ik bijna een veel ergere doodsmak. Een meter voor de ingang was er een verhoogd stukje stoep, ongeveer 4 cm hoog. In dezelfde kleur als alle andere tegels. Ik maakte dus een snoekduik naar binnen, waar de receptionist zich een ongeluk schrok. Terwijl ik natuurlijk degene was die bijna een echt ongeluk kreeg, maar dat terzijde. Gelukkig kwam ik ook nu met de schrik vrij, maar als je kort geleden voorzien bent van nieuwe heupen is een val beslist een doemscenario.

Goed, een ezel dus. Dat jullie het even weten. De volgende ochtend deed mijn hele lijf pijn, nog extra aangezet door het bed dat scheef stond waardoor je je de hele nacht moest verhouden om er niet uit te rollen. Ook in dit hotel hadden ze zoals gebruikelijk een uitgebreid ontbijtbuffet opgetuigd, maar tot ons grote plezier konden we ook gewoon in het café-gedeelte een kop koffie met een croissantje krijgen. Twee koppen koffie was ook geen probleem, en aldus goed gevoed togen we op weg. Een paar dagen geleden had Bert een flinke verkoudheid opgelopen, en hij voelde zich niet echt fit. We besloten dus de geplande route in te korten en het gemiste deel later alsnog te rijden. Nu konden we regelrecht naar camping Les Marines, in La Chapelle -en-Valgaudémar. Een beetje spannend vonden we het wel, want de campings die we tot nu toe gezien hadden waren behoorlijk vol. Het was niet ver, iets meer dan twee uur rijden. Bijzonder trouwens dat je hier al heel veel herfstkleuren zien, het deed ons denken aan de Indian summer in Colorado. Na anderhalf uur maakten we een tussenstop om de benen even te strekken. In het dorpje zag ik een rek met zo te zien tweedehands kleding buiten staan en daar moest ik natuurlijk even naar kijken. Leuk bloesje zag ik! Bleek het om een wasrek te gaan, mevrouw had net de was opgehangen. De verhalen liggen op straat, ik zei het al eens😉

Om 13.00 reden we de camping op, waar serene rust heerste. Er stonden verrassend veel tenten, in alle maten. Dat zie je niet veel meer. Maar het mooiste was: er was ontzettend veel plaats. Iemand die hier kennelijk vaker kwam legde ons het een en ander uit omdat de receptie nog gesloten was. We vonden een uitstekende plek, in de hoek van het terrein onder de bomen, met niemand in de buurt. Wat was ik blij dat ik vorig jaar nog een extra kabel gekocht had bij de Action, want de 20 m die we standaard bij ons hebben was bij lange na niet genoeg. We moesten meer dan 30 m overbruggen, en nu lukte dat prima. We waren zo blij dat we eindelijk de tent konden opzetten, dat Bert een enorme adrenalinestoot kreeg en moeiteloos de tentstokken op hun plek kreeg. Ik verbaasde mezelf door als vanouds de pennen met een hamer in de grond te meppen, alsof er het afgelopen jaar helemaal niets gebeurd was in mijn lijf. In een minuut of twintig was de klus geklaard en nog een tijdje later stond alles weer op zijn vertrouwde plek. Ik kan niet goed uitleggen hoe dat voelt, maar voor ons is nu de vakantie pas echt begonnen.

We zetten onze stoelen neer, ademden de frisse berglucht in, genoten van de zon op onze huid en dronken de beelden van de omringende bergen in als ware het levenselixer. Wat het ook wel was. Tegen een uur of vijf werd het wel tijd voor een glaasje. De koelbox had nu wel lang genoeg de tijd gehad om de wijn te koelen. Bert deed het deksel open: warm! Wat?? Bleek hij op stand ‘hot’ gestaan te hebben…het lampje had blauw moeten branden! Dat was tijdens het vervoer gebeurd natuurlijk. Nou ja, gauw de schakelaar maar omgezet dus. Toen bleek hoe goed die box z’n werk doet, want een half uur later was alles alweer koud en konden we ons ritueel starten. We kookten ons potje, probeerden na het eten nog een tijdje te lezen maar het was nog geen negen uur toen we de pijp aan maarten gaven. Het was mooi geweest, heel mooi zelfs. De ezel kon op stal, en de baas ook.

                                                         
                                    


Zoom vooral even in ;)



vrijdag 22 augustus 2025

Dag 5 – donderdag 21 augustus: Tignes – La Grave

Tignes, de naam kenden we natuurlijk. Een van de grote skigebieden in Frankrijk, samen met Val d’Isoire, Les Deux Alpes en nog wat andere. Maar nu zagen we met eigen ogen hoe dit alles het landschap aantastte. Een en al hoge appartementsgebouwen, alles gericht op het toerisme. Uit de grond gestampt, zo te zien zonder rekening te houden met wat dan ook. We vonden het niks. Massaal, lelijk, en vooral ook heel duur. Echt heel anders dan we uit Oostenrijk kennen. Ons hotel, le Dôme, vormde de uitzondering op de regel. Hier had de tijd in elk geval wat langer stil gestaan. Voor wie nog overweegt ooit die kant op te gaan: ze zijn eigenlijk nooit volledig bezet. Moet je wel genoegen nemen met rode geruite gordijntjes en vloerbedekking in je kamer, maar ook met kasten vol spelletjes en meer dan uitstekend eten (die pasta carb….nee, ik hou erover op). De prijzen zijn het hele jaar door hetzelfde.

Goed, wij begonnen aan onze volgende etappe. Dwars door de bergen naar La Grave, waar we ook weer een hotel zouden zoeken. De weersverwachting gaf aan dat het in dat gebied zou regenen, en de tent opzetten was dus geen optie. Eerst hadden we echter geluk, want waar het hier ook de hele dag zou plenzen was het droog en zonnig. Voor Bert was deze tocht extra leuk, want we zouden twee cols passeren die ook in de Tour de France opgenomen waren. Te weten de Col du Télégraph en de Col du Galibier. Dat werd dus bochtjes draaien. Nu ben ik geen held waar het grote hoogtes betreft, en ik reed zelf, maar het viel mee. En dat niet alleen, maar het was werkelijk schitterend. Om de haverklap stapten we uit om rond te kijken en af en toe een plaatje te schieten. Op foto’s is moeilijk over te brengen wat je hier in werkelijkheid ziet, dus we lieten het goed op ons inwerken. Natuurlijk waren er ook veel fietsers die zich een Demi Vollering, een Pogacar of Arensman waanden. Maar die moesten nog even doortrainen. Wat een prestatie om überhaupt al boven te komen zeg.











In het dorpje Valloire werd onze aandacht getrokken door immens grote strofiguren. Ik kon nog net op tijd een parkeerplaats indraaien. Het bleek te gaan om een wedstrijd waar kunstenaars van de hele wereld zich voor hadden ingeschreven. Allemaal hadden ze beelden van meters hoog en lang in elkaar gezet, van stro! Het was zo iets bijzonders. Vooral de inzending uit Mexico, een vallend paard, vonden we geweldig. Het had dan ook een tweede prijs. Maar de strakke verbeelding van het gebrek aan communicatie, juist veroorzaakt door de moderne communicatiemiddelen als smartphones, ging er terecht met de eerste prijs vandoor. Eén voorstelling, drie vrouwen aan het werk op het land, kwam me heel bekend voor. En dat klopte, het was geïnspireerd op 'De arenleesters' van François Millet. Wat een feest. We hebben er zeker drie kwartier rondgelopen, vielen van de ene verbazing in de andere over die metershoge beelden. Het mooie was dat deze wedstrijd geheel was georganiseerd met het geld van de toeristentax van Valloire. Wat een goede besteding!



Tweede prijs


Eerste prijs



Naar Millet: de Arenleesters

In de buurt van La Grave reden we eerst nog naar een camping municipal die ik van tevoren had uitgezocht, maar het was één grote modderpoel. Bovendien, zoals gezegd, het regende. In La Grave zelf vonden we vrij snel een betaalbaar hotel met restaurant, zodat we om 18.00 aan de borrel zaten op het terras. De temperatuur was gedaald tot 14 graden. We aten een hapje in het restaurant en namen tegen onze gewoonte in zelfs een toetje, want tarte aux myrtilles kan ik echt niet weerstaan. Terug in de hotelkamer liepen we wat onvast op de benen. Van de drank? Nee, daar waren we bescheiden mee geweest. We begrepen het niet zo goed, tot we opeens zagen dat alles scheef stond. Het bureau, de bedden, zelfs de badkamerunit. Het lag dus niet aan ons…

Morgen wordt het beter weer (als je het woordje ‘weer’ hier verplaatst en vóór ‘beter’ zet krijgt de zin een heel andere betekenis, leg dat maar eens uit aan een buitenlander), dan gaan we weer zo’n spectaculair mooie tocht maken. Met hopelijk eindelijk een plek waar we een paar dagen kunnen kamperen, want daar kijken we wel erg naar uit nu. Dus: fingers crossed!

donderdag 21 augustus 2025

Dag 4 - woensdag 20 augustus: Dijon - Tignes


Pasta carbonara, weet u nog? Die darling die omgebracht moest worden? Onthoud dit even!

Regen, regen en nog eens regen. Dat was wel zo’n beetje de omschrijving van deze dag. We begonnen met een bezoekje aan de bakker, waar we croissants voor het ontbijt en wat lekkere hapjes voor de lunch haalden. Koffie deden we vandaag in een andere tent, wat een goede beslissing bleek: hij was niet alleen van uitstekende kwaliteit, maar ook spotgoedkoop. Voor vier grote bakken betaalden we slechts €8,80. Of zou dat komen omdat we onze kopjes na afloop naar de bar brachten en we de ‘zinc’-prijs berekend kregen? Typisch Nederlands om dat te doen, maar het viel in goede aarde; we werden hartelijk bedankt.

De dag van gisteren (en ook die van eergisteren, met al het gesjouw) hadden er wel wat ingehakt. Met enige moeite hesen we dus onze spullen op de rug en liepen we door de regen naar de auto. De bestemming van vandaag was camping la Domane, in de buurt van Albertville in de Haute Savoie. De weersvooruitzichten waren redelijk, dus we gingen het erop wagen. Na een uurtje werd het inderdaad droog, en we konden onze lunch buiten opeten. Maar, niet te vroeg gejuicht, nauwelijks waren we weer onderweg of het gíng toch weer los…alsof alle kranen in één keer wijd open werden gezet daarboven. Ik moest flink terug in snelheid, want voor je het weet drijf je met je auto alle kanten op behalve de goede.

Tegen half drie reden we de camping op. De eerste aanblik stemde ons niet vrolijk. Het was er vol, je stond behoorlijk dicht op elkaar en er waren niet veel plekken waar je de tent redelijk waterpas zou kunnen opzetten. We besloten dus eerst een rondje te lopen om te zien of we mogelijk toch iets van onze gading konden vinden. Bij de receptie, EERST MELDEN!’ stond er met grote letters, troffen we iemand aan die allesbehalve vriendelijk was. Rondkijken? Zelf een plek uitzoeken? Geen sprake van! En graag ook even doorgeven hoeveel nachten we precies wilden blijven, minimaal 2. Tja. Alsof je naar de bakker gaat om brood te kopen en te horen krijgt dat je minimaal twee stuks moet afnemen, en dan maar af moet wachten wat je precies krijgt. In mijn beste Frans gaf ik te kennen dat we daar natuurlijk niet in meegingen. Sterker nog, dat we het idioot vonden. De man haalde onverschillig zijn schouders op. Nee, hier wilden we sowieso niet kamperen.

We besloten dus door te rijden naar Bourg Saint Maurice, dat een uurtje verderop lag. En omdat het inmiddels weer behoorlijk was begonnen te regenen gaven we het kamperen voor vandaag maar op. We zouden een hotel zoeken.

We konden niet erg veel zien van de omgeving helaas, maar juist toen we bovenop de pas waren, na eindeloos veel haarspeldbochten, nam de intensiteit van de buien iets af. En het was me toch mooi! Uitstappen wilden we wel maar deden we niet, het was ook ijskoud geworden, maar wat een schoonheid. Er waren ondanks de regen veel mensen op pad, allemaal goed ingepakt in plastic zodat ze eruit zagen als wandelende wraps. 




Om een uur of vijf reden we BsM binnen. Wat een hel! Een en al opstopping in dat stadje. De hotelprijzen lagen 2x zo hoog als elders. Geen optie dus. Via internet vond ik een betere mogelijkheid iets boven Tignes, het grote skigebied. Het was zes uur toen we daar aankwamen, terwijl de slagregens ons om de oren sloegen. We vonden hotel Dôme al gauw, en wat een verademing! Een warm welkom kregen we, en een goede kamer. Het was een hotel bestierd door twee heren, een was de kok en de ander de eigenaar. Het straalde een vertrouwde sfeer-van-vroeger uit, in tegenstelling tot de vaak sfeerloze moderne gelegenheden van deze tijd. Het kon ons zeer bekoren. Helemaal toen we ook nog een voortreffelijk drie-gangenmenu kregen voorgeschoteld. De kok had duidelijk ontzettend veel plezier in zijn werk. Naast ons was er nog één andere gast, dus hij kon ons alle aandacht schenken. Tonnetjerond hesen we ons de trap op. Buiten goot het, maar wij zaten hoog en droog.

O, en wat aten we dan? De perfect klaargemaakte tagliatelle carbonara. Yes!


Dag 3 - dinsdag 19 augustus: Dijon

De stamkroeg, dat is een wonderlijk verschijnsel. Altijd als we ergens in den vreemde zijn hebben we binnen de kortste keren een stamkroeg gevonden. Niet bewust, het gebeurt gewoon. Hier was het Café les Forges, waar we gisteravond gezeten hadden. Vlakbij, hele prettige bediening, een kleinschalig familiebedrijf. Vanmorgen kwamen we er terug om een grote café au lait te bestellen en ons verse croissantje op te eten dat we hadden gehaald bij de bakker tegenover ons onderkomen die alleen maar met biologische producten werkt. Meestal stonden de mensen er buiten al voor in de rij.

Na deze o zo noodzakelijke ochtendkoffie stuitten we, om de hoek van ons verblijf, op Les Halles van Dijon. Deze markthallen waren duidelijk geïnspireerd door de constructies van Eiffel. We hadden mazzel: er was markt! Die is er niet elke dag, maar vandaag wel. Wat meteen opviel waren de kolossaal grote portretten van de goden Demeter, Hermes en Dionysus boven de drie ingangen. Van buiten al mooi, van binnen ronduit betoverend door het doorvallende licht. We verlustigden ons een tijdje aan al het uitgestalde lekkers, van kazen tot perziken, van grote hammen tot olijfolie en honing.





Rondom de hallen stonden plaatselijke boeren hun waren aan te prijzen. Er waren bergen vol haricots verts, zoveel hadden we er nog nooit bij elkaar gezien. €4 de kilo slechts. Als we aan het kamperen waren geweest hadden we zeker wat gekocht, nu had dat geen zin. Een paar kramen verder kregen we flink wat mirabellen – van die kleine, zoete pruimpjes die zich uitstekend lenen voor het maken van jam – in de hand gedrukt die we direct oppeuzelden. Ook hier was er sprake van een overvloed en ik vond het jammer dat ik niet wat mee kon nemen.


Hierna liepen we langs het Place de la Libération, waar het gisteravond zo gezellig druk was geweest. Nu was het veel rustiger. De duiven maakten dankbaar gebruik van de kleine fonteintjes op het plein. Waar vind je zo’n gratis badhuis nietwaar? Ons doel was het klooster aan de rand van het centrum. Lopend door de oude straatjes kwamen we natuurlijk allerlei fotogenieke objecten tegen. Eeuwenoude vakwerkhuisjes bijvoorbeeld, vaak erg verzakt. Ook zagen we overal uilen. Geen echte, maar driehoekige koperen plaatjes met een ingegraveerde uil. De uilenwandeling is geliefd bij kinderen en brengt je op veel interessante plekken. Gewoon de uiltjes volgen. Het was nog best een eindje lopen naar het klooster, maar eenmaal daar aangekomen bleek er niets van over. Dat wil zeggen, wel de gebouwen, maar die hadden kennelijk een andere functie gekregen. Jammer. We begonnen onze benen te voelen, en we hadden dorst. Tijd voor een langere rustpauze. Maar eerst een koud drankje. Waar? Bij de stamkroeg natuurlijk.



In ons huisje werkte ik het blog bij, en Bert hield een echte siësta. Om een uur of vier vonden we dat we wel iets lekkers verdiend hadden. Bij een duidelijk goedlopende gelatería haalden we allebei een ijsje. Of, zeg maar liever, een ijs. Het was uiteindelijk een boeket van ijsjes. Goddelijk lekker, en ook godsgruwelijk duur. Je kon er wel een kamer voor huren dachten we. In Verweggistan dan, want in heel Europa zijn de huizenprijzen dol geworden.



Het historisch centrum hadden we nu vrijwel helemaal gezien, op een klein stukje na. Er waren onverwacht mooie plekjes, zoals een fraai aangelegde binnentuin waar we bijna aan voorbij liepen. Abraham wist wel waar hij de mosterd haalde en nu weten wij het ook. Uit Dijon natuurlijk. We zagen een winkel waar ze wel driehonderd soorten hadden, allemaal even bijzonder. Mosterd met basilicum, met cassis, met honing, je kon het zo gek niet verzinnen. Alles ook nog eens smaakvol gepresenteerd. Zo te zien deden ze goede zaken. En verder waren er natuurlijk de gebruikelijke curiositeiten, zoals een dame die maar liefst 14 (!) kleine hondjes in een bolderkar vervoerde. Allemaal met kleertjes aan. Ik zou zeggen, dierenbescherming bellen? Maar ze deed ze geen kwaad, en ze zagen er goed verzorgd uit.



In een café in de buurt van de hallen namen we een drankje op een overdekt terras. Er had zich namelijk een bijzonder natuurverschijnsel voorgedaan: het regende. En het regende. En het regende nog meer. We vonden het wel best en besloten dan maar dichtbij huis een hapje te gaan eten. Waar? Bij onze stamkroeg natuurlijk. En het bleek een voltreffer. De bavette was de lekkerste die we ooit gegeten hadden. Botermals, en perfect gebakken. Een mooie afsluiting van de dag dus.

Door de regen liepen we naar huis. Had ik al gezegd dat je hier driehonderd soorten mosterd kunt krijgen?

Dag 35 – zaterdag 20 september: Dijon – Groningen en nabeschouwing.

Het kamperen is voor ons niet alleen een reis van de ene plek naar de andere, maar ook een reis door onze herinneringen. Niet zozeer door he...