dinsdag 16 september 2025

Dag 30 – Maandag 15 september: Roche s/ Grâne

Drie Franse boeren, met de karakteristieke blauwe salopette en geruite pet. Plaats van akte: de wachtkamer van de plaatselijke medische dienst in La Grâne. Er was ook een echtpaar, waarvan de vrouw, gewrongen in een drie maten te kleine blouse en met een haardos waar een ragebol jaloers op zou zijn, keek alsof haar hele leven niet de moeite waard was geweest en dat ook niet zou worden. Hij, berustend in zijn lot, had zijn rechterhand in het verband en er sijpelde een beetje bloed door bij zijn duim. Daarnaast zat er een stel vriendinnen zo te zien, en een oudere man die de stoel als bed probeerde te gebruiken te zien aan zijn uitgezakte houding. Wat niet lukte, want toen hij geroepen werd stond hij onmiddellijk op om zich bij de dienstdoende arts te vervoegen. Op het moment dat wij binnenkwamen verstomden alle gesprekken. We werden aangekeken alsof we van Mars kwamen. Ik wou Bert bijna voorstellen in onbegrijpelijke klanken te gaan communiceren om dit idee te voeden, maar ik denk niet dat men er de humor van had ingezien.

Wat deden we daar eigenlijk? Nou, ik had al wekenlang erge last van een rode plek op mijn been. Eerst dacht ik een ontstoken muggenbult, maar dat leek toch vrij onwaarschijnlijk. Hoewel ik het niet kon plaatsen begon ik toch langzamerhand aan een tekenbeet te denken, die had al eens eerder voor Lyme gezorgd. Maar wanneer was dat dan gebeurd? Terugredenerend kwam ik uit op eind juli, tijdens een uitstapje in de provincie. Verder had ik geen gras of bos gezien. Op 21 augustus maakte ik de eerste foto. Maar ja, dan ben je net onderweg, en het gaat vast wel over, en het kan toch niet alweer, en…en…en….Tot je op het moment komt dat je denkt: dit is niet pluis. Dan zoek je dus een dokter om het te laten beoordelen. Bij de apotheek vroegen we waar we terecht zouden kunnen, en dat bleek vlakbij te zijn. We dachten een balie aan te treffen waar we een afspraak konden maken, maar er was slechts die wachtkamer. Na een tijdje ging er een deur open, en op advies van de apotheker vroeg ik wanneer ik een afspraak zou kunnen maken. Nou, dat was geen gewenste opmerking kennelijk. De man ontplofte bijna ter plekke (wat hij gelukkig niet deed, het geeft zo’n troep) en schreeuwde alleen maar ‘wachten, je moet wachten!’. Nu hadden we dat net al drie kwartier gedaan, en het idee de rest van de dag in die wachtkamer door te moeten brengen was niet zo aantrekkelijk. Dus maar terug naar de apotheek. Bel je eigen huisarts en stuur een foto, was zijn advies. Ach ja, tuurlijk. Zo gezegd zo gedaan, en nu is het afwachten.

Na deze ervaring zochten we op de kaart – ja, daar is ie weer! Die kaart, van papier weet je wel! – een mooie route uit naar de bergen waar we op uitkijken vanuit de tent. Dat was een voltreffer. Wat een ongelooflijk mooi gebied hier! Veel mooier dan dat rond Vaison la Romaine en de Mont Ventoux vonden we. We konden niet overal stoppen om foto’s te maken, maar we dronken met grote teugen in wat we zagen. Het was een feest. In een klein dorpje stopten we om wat te drinken bij het centrale café. In dit geval duidelijk sponsor van de plaatselijke rugbyclub. Terwijl wij daar braaf aan onze cola en tonic zaten kwam er een man binnen die je het beste zou kunnen omschrijven als ‘iemand aan de onderkant van de samenleving’. Net als de boeren vanmorgen keek ook hij ons aan alsof we van een andere planeet kwamen (is ook zo, maar dat wist hij niet). Hij had oude, slobberige kleren aan en zijn stoffige hoofd was gewikkeld in een bandana die vast ooit zwart was geweest maar nu de kleur had van een dweil die te lang in het sop had gestaan. Dat was niet het enige wat hij met zich meedroeg. Hij had ook nog een, laten we zeggen, niet zo prettige geur om zich heen. Muf, ongewassen, aangekoekt vuil, zoiets. Terwijl we dat op ons in lieten werken kwam er een andere kleurrijke figuur binnen. Een dame deze keer, in blauwe pyjama en met een strooien hoed op. Ze kocht een paar lottokaarten en kletste wat met de barman. Zij kende kennelijk de man-met-de-bandana, en ze wisselden wat vriendelijke woorden uit. Wij begonnen ons toch een beetje ongemakkelijk te voelen door de luchtjes die zich met ons drinken probeerden te vermengen, en rekenden maar gauw af.

Het vervolg van de tocht was al even prachtig als het eerste deel. Op een goed moment zagen we een woud van parapenters in de lucht zweven, schitterend gezicht. Bij de tent kookten we onze befaamde schaapherderspot die uitzonderlijk goed smaakte en werden we getrakteerd op een onwaarschijnlijk mooie avondlucht. Later op de avond probeerden we weer ons record te verbreken met de puzzels maar dat lukte van geen kant. Het was welletjes. Met wat onherkenbare klanken namen we afscheid van deze dag, voor we in onze vliegende schotel terugvlogen naar Mars.

De foto's hieronder staan niet op volgorde! Dat lukte niet meer met beperkte batterij.
























7 opmerkingen:

  1. Mooi daar zeg!
    En nu maar hopen dat het geen lyme is. Ongelooflijk als dat weer zou zijn gebeurd.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Morgen vervolg. Wie is dit trouwens?

      Verwijderen
    2. Esther. Als ik een naam wil tikken vraagt hij ook om een url???

      Verwijderen
    3. Aha. Lees nu je volgende pagina.
      Esther dus 😁

      Verwijderen
    4. Alleen een naam werkt ook hoor, url hoeft niet! En je weet nu de uitkomst...

      Verwijderen
  2. Prachtige foto's! Gelukkig is er nog voldoende te genieten, maar jullie maken van jullie vakantie wel een spannende onderneming!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. We hadden het voor geen goud willen missen! Het alternatief is iets met geraniums...

    BeantwoordenVerwijderen

Dag 35 – zaterdag 20 september: Dijon – Groningen en nabeschouwing.

Het kamperen is voor ons niet alleen een reis van de ene plek naar de andere, maar ook een reis door onze herinneringen. Niet zozeer door he...