zondag 7 september 2025

Dag 20 – vrijdag 5 september: Remoulins

Je ziet het vaker tegenwoordig: een tentoonstelling waarin werken van beroemde kunstenaars omgezet worden in een virtuele installatie met bewegend beeld en geluid. Twee jaar geleden zagen we dat voor het eerst in Padua, waar ze de werken van Monet als het ware tot leven brachten zodat je zelf op het beroemde bruggetje kon gaan staan om naar de waterlelies te kijken. Prachtig. Gelukkig waren er ook veel van zijn schilderijen op de ouderwetse manier te bewonderen en het was vooral de afwisseling die het interessant maakte. Dat was anders bij de expositie van vandaag.

Vandaag gingen we naar Les-Baux-de-Provence, en meer precies naar de Carriéres des Lumières. Dat is een voormalige steengroeve, waarvan nu een grote expositieruimte is gemaakt. Het is er heerlijk koel, goed om de zomerhitte even achter je te laten. Er waren twee thema’s waar je uit kon kiezen: Monet en Rousseau, of Le Petit Prince. Dat laatste was speciaal voor mensen met kinderen interessant en werd in het naseizoen alleen op zondag getoond. Wij gingen ons dus onderdompelen in Monet. De eerste uitdaging was het vinden van een parkeerplek, want niet alleen deze expositie trok veel mensen, ook het kasteel van Les Baux kon rekenen op een groot aantal bezoekers. Tot kilometers ver stonden auto’s langs de kant van de weg geparkeerd, terwijl eindeloos veel mensen zich zwetend en zwoegend naar de plek van bestemming begaven. Niet echt een aanlokkelijk vooruitzicht. We reden dus door, tot de parkeerplaats precies tegenover de steengroeve, en de goden waren ons gunstig gezind: we zagen direct een plek. Dat scheelde. De volgende hindernis was het kopen van een kaartje bij de parkeerautomaat. Dat is nogal een dingetje hier. Ten eerste is het alleen in het Frans, wat voor ons geen probleem is maar voor veel anderen wel, ten tweede is het ronduit een klantonvriendelijk systeem. Met een beetje pech sta je zo een half uur te wachten tot de mensen voor je hebben uitgevogeld hoe het allemaal werkt, om dan tot de ontdekking te komen dat ze het kenteken van hun auto nodig hebben. Even teruglopen dus, want niet iedereen weet het zo op te hoesten. Al met al een flinke hobbel. Wat we door het gebruik van de parkeer-app in Nederland ook niet meer gewend zijn is dat je van tevoren moet aangeven hoe lang je wilt parkeren. Tja, geen idee. We gooiden dus maar op de gok voor 3 uur in de meter, beter iets teveel dan te weinig. Overigens was de tocht hiernaartoe ook al een feestje, dwars door de l'Alpilles, een soort duinlandschap maar dan in het binnenland. Prachtig.

Goed, de auto stond, de tickets waren zo gekocht en we konden naar binnen. Om bijna meteen om te vallen. Overal om ons heen, op alle muren en onder en boven, werden bewegende beelden geprojecteerd gelardeerd met vallende sterren (of iets wat daarop leek). Ik verstapte me direct, de vloer was namelijk oneffen wat niet zo gek is in een steengroeve natuurlijk. Dat, gecombineerd met alle lichtflitsen van alle kanten, zorgde bij ons allebei voor een flinke evenwichtsstoornis. We hadden geen enkel houvast, wisten niet waar we moesten kijken. De muren, en dus de beelden, waren zeker 10 meter hoog. Bij films wordt soms gewaarschuwd voor de heftigheid van de lichtwisselingen, zeker als je bijvoorbeeld last hebt van epilepsie. Hier was niets aangegeven. Gelukkig stonden er wat stenen bankjes langs de rand, en daar liet ik me toen maar op vallen. Bert ging er bijna naast zitten. Ik kon hem nog net op tijd vastpakken en naast me trekken. We probeerden het op deze manier een tijdje aan te zien, maar het was eigenlijk al meteen duidelijk dat dit niet voor ons geschikt was. Het kostte wat moeite, maar half strompelend konden we toch de uitgang vinden. Waar we direct werden opgevangen door de mevrouw die onze kaartjes had gecontroleerd. Ik legde uit dat we er niet tegen konden, al dit visuele geweld, en dat begreep ze heel goed. Er waren meer mensen die er last van hadden, vertelde ze, maar soms kon je er ook aan wennen. Nou, dat hoefde van ons niet. Jammer van de tickets, dat wel. Daar had ze een oplossing voor, en even later kwam ze aan met twee vrijkaartjes voor de tentoonstelling van Niki de St Phalle, in Aix-en-Provence. Kwam dat even mooi uit, daar zouden we toch nog naar toe gaan.

Behoorlijk opgelucht, en vooral weer stevig op de benen, besloten we richting kasteel te lopen dat hoog boven in het stadje lag. Het was eerst een stevige klim over een lange trap met honderd (het kunnen er ook wat minder zijn 😁 maar toch zeker wel 35) stenen treden waarop we echter zonder problemen de hoogte konden trotseren. Met de conditie valt het dus alleszins mee. Les Baux, de naam vanwege het bauxiet dat er gevonden werd, is een enorme toeristische trekpleister. En ja, dan ontkom je niet aan drommen bezoekers, talloze souvenirwinkels met petjes en t-shirts van Chinese makelij waarop ‘I ❤️Les Baux’ stond, stukjes kaas/worst/truffel van plaatselijke producenten die je beslist moet proeven etc. Wij lieten dat allemaal aan ons voorbijgaan en probeerden door deze toeristenmeuk heen het plaatsje te bewonderen. Dat was echt de moeite waard, en altijd weer wonderlijk hoe goed zulke dorpjes bewaard zijn gebleven in de loop der eeuwen. We liepen er een tijdje rond, klimmend en dalend, en toen vonden we het wel genoeg.

Aangezien we vlakbij St-Remy-de-Provence zaten, de plaats waar Van Gogh vele voetstappen heeft gezet, besloten we daar maar even naar toe te gaan. Dat bleek een leuk stadje, met veel kleine straatjes en een prettige uitstraling. Natuurlijk ook veel toeristen, maar daar horen we zelf tenslotte ook bij. Bij de bakker haalden we iets te eten, en ook een stuk meringue van enorme afmetingen. Als je Bert nu ergens blij mee maakt…Kortom, het was een geslaagd bezoek. 

Terug bij de tent was het alweer tijd voor een glaasje, en we braken de fles rosé aan die we van de camping in Vaison hadden meegekregen bij het afrekenen. Bleek dat ze een eigen wijndomein hadden, we hadden daar gewoon onze lege flessen kunnen laten vullen voor €3. Maar ja, dat wisten we niet. Zoals we ook niet wisten dat je er kon eten, tegen schappelijke prijzen. Tja.

Morgen is het zaterdag, dat betekent maar één ding: op naar de markt in Uzès. Nu eerst slapen, heerlijk op een stabiele ondergrond. Dat gewiebel, dat hebben we wel even gehad.

























3 opmerkingen:

  1. Wij waren ook eens op vakantie in uzes ! Zaten we op een berg in een landhuis van de nazaten van de Deense koning ! Ik kan me die markt ook nog heel goed herinneren
    Weet je nog Iety ?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Wat leuk dat jullie daar ook waren! En op stand ook, zo te zien 😉

      Verwijderen
    2. Ja dat was geweldig , ik zal je nog vertellen wat we daar allemaal beleefd hebben

      Verwijderen

Dag 35 – zaterdag 20 september: Dijon – Groningen en nabeschouwing.

Het kamperen is voor ons niet alleen een reis van de ene plek naar de andere, maar ook een reis door onze herinneringen. Niet zozeer door he...