woensdag 27 augustus 2025

Dag 9 – maandag 25 augustus: Valgo

Mijn vaste loopje naar de bakker ’s morgens brengt me niet alleen brood, maar ook vermaak. Vanmorgen stonden er twee keurig opgemaakte dames voor me bij de kassa, nog net geen parelkettinkje om maar het hád gekund. De een in het wit en de ander in stemmig rood gekleed. Er lagen nog twee broden in het rek, en ze waren in discussie over welke ze nu moesten nemen. Het pain aux céréales? Of het pain de campagne? De dame-in-het-smetteloze wit dacht dat het laatste een goed idee zou zijn. Ok bakker, doe die maar. Of, nee, misschien toch de céréales? Wel zo gezond voor je darmen. Wat denk jij, Louise? Louise schikte eens wat aan haar rode blouse, kneep in het campagnebrood en besloot mee te gaan met de céréales. Doet u die maar, bakker. De jongen van de épicerie, want die was het en hij had zo te zien van zijn leven nog geen brood gebakken, nam bijna onmerkbaar zuchtend het landbrood terug om het te verruilen voor het volgens de dames veel gezondere brood. Het geld kwam op tafel (alles onder de €10 gaat cash), en ze maakten aanstalten de winkel te verlaten. Maar zover kwam het niet. Er werd wat gesmiespeld, en uiteindelijk vertrokken de dames tóch met het pain de campagne. De jongen slaakte een zucht van verlichting, maar herpakte zich snel en toen mocht ik mijn stokbrood afrekenen.

Tijdens het ontbijt kwam de blauwe Berlingo weer langsrijden. Dat doet hij twee keer per dag, en wel om de hond uit te laten. Een Golden Retriever rent er dan naast, of soms ervoor, terwijl zijn bazinnetje het (rustige) tempo aangeeft. Wij vroegen ons af of ze gewoon niet van wandelen hield, of misschien slecht ter been was, maar feit blijft dat de hond in kwestie zo te zien aan het gekwispel erg genoot van deze uitjes.

Vandaag hadden we twee activiteiten op het programma staan. We zouden eerst naar het chalet du Gioberney gaan, helemaal aan het einde van het dal, met flink wat hoogtemeters te trotseren. Maar ach, dat doen we niet op spierkracht maar op die van ons luxepaard, mét airco. Het tweede dat in de planning stond was het maken van een korte wandeling, waarbij we het grootste hoogteverschil ook eerst per auto zouden afleggen.

Na ongeveer 20 haarspeld bochten over een redelijk goede weg zagen we de plaats van bestemming. Het chalet was prachtig gelegen, eigenlijk niet eens zo hoog op 1650 meter, met zicht op de majestueuze bergen van het Parc des Ecrins rondom. Indrukwekkend. Het terras was drukbezet, maar voor ons was er nog een mooi plaatsje in de halfschaduw. De wind was op deze hoogte tamelijk koud, dus een beetje opwarming kon geen kwaad. We bleven er een tijdje zitten, genietend van al het moois om ons heen. En een plezier om al die bergwandelaars op pad te zien gaan, sommigen met de volledige uitrusting op hun rug en anderen met een bescheiden dagrugzakje. Er was ook een stel vrienden met een baby, en tussen de gesprekken door werd die gewoon even aan de borst gelegd. Heel wat anders dan in het preutse Amerika, waar je voor zoiets rustig een jaar de bajes in kunt gaan.

’s Middags gingen wij een wandelpoging wagen, heel wat minder spectaculair maar toch ook de moeite waard. Op advies van de dame van het Bureau du Tourisme reden we eerst een flink stuk met de auto omhoog vanuit Valgo, tot we bij een parkeerplaatsje kwamen waar gelukkig nog net één plekje over was. De temperatuur was met zo’n 24 graden ideaal om te lopen, en zelfs als je een klein stukje doet zie je van alles. Niet alleen goed naar boven kijken, vooral in een stad heel belangrijk, maar ook naar beneden. Ook op de vierkante decimeter is er vaak genoeg te zien. We liepen ongeveer een uurtje, en dat was genoeg. De verleiding om een grotere afstand af te leggen konden we weerstaan, het was zo precies goed. Niet meteen al je kruit verschieten, het is al mooi dat dit allemaal lukt.

Terug bij de tent keken we eens naar de weersverwachting voor de komende dagen. En, net als de week ervoor, ook nu woensdag en donderdag regen en onweer. Een duidelijke verslechtering, en later kwam daar nog een officiële waarschuwing bij. Kortom, we besloten morgenochtend te vertrekken. Een natte tent inpakken is bepaald geen hobby van ons. Bovendien, omdat dit vooral een wandelgebied is, viel er voor ons niet veel meer te ontdekken dan we nu gedaan hadden. Dat is wel altijd het nadeel van de bergen: je kunt niet zo makkelijk eens even ergens anders heenrijden. Neemt niet weg dat we genoten hadden. Maar mijn loopje naar de bakker, met bijbehorende praatjes, dat zal ik missen.













Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Dag 35 – zaterdag 20 september: Dijon – Groningen en nabeschouwing.

Het kamperen is voor ons niet alleen een reis van de ene plek naar de andere, maar ook een reis door onze herinneringen. Niet zozeer door he...