donderdag 4 september 2025

Dag 17 - dinsdag 2 september: Vaison-la-Romaine


Feuilleton 'Toen de regen kwam': dag 3

Je kent het wel, die beelden van mensen in bijvoorbeeld Zuid-Limburg, die eindeloos proberen hun huizen en spullen van water en modder te ontdoen nadat de rivieren hun grenzen hadden verlegd en voor enorme overstromingen hadden gezorgd. Nu, zo ging het ons ook. En dan hebben wij alleen nog maar een tent. Het ergste is de viezigheid die het met zich meebrengt. Het gaat overal in en tussen zitten, en de kleine hoekjes bij scheerlijnen en aanspanpunten waren dankbare verzamelpunten van zand, steentjes en andere meegesleurde troep.

Goed, vandaag moest het gebeuren. Niet zo erg gewapend vol goede moed, maar wel met een intense drang de tent weer slaapklaar te maken voor vanavond, gingen we aan de slag. We dachten wel te kunnen volstaan met het uitbezemen van al het water, de spullen zoveel mogelijk schoon te maken en alles weer op zijn plek te zetten. Mis. Ik tilde even de binnentent op, om te zien hoe het er daaronder uitzag, en schrok me te pletter. Er stond ook daar nog zeker 5 centimeter water. Het was geen doen om dat eruit te krijgen terwijl de tent erin zat, dus moesten we hem loshalen zodat we alleen de buitentent nog hadden staan. En ook toen was het nog een megaklus. Het kostte heel veel tijd voor we alles eruit hadden, en omdat er een grijze moddersluier achterbleef gingen we er nog een paar keer met natgemaakte handdoeken overheen om het ergste eraf te krijgen. Is niet helemaal gelukt, maar toch wel voor 80% denk ik. We vonden het wel best zo, en konden eindelijk aan het opnieuw inrichten beginnen. Alle spullen die waren omgevallen en/of gaan drijven moesten we natuurlijk ook onder handen nemen, maar zo’n vier uur later hadden we alles toch wel weer op zijn plek. En, het belangrijkste: de bedjes lagen weer gespreid! De matjes waren wel wat nat geworden maar niet drijf, en de zon had goed zijn werk gedaan dus ze waren helemaal droog. Pfff.

We hadden de rest van de middag nodig om bij te komen. Niet alleen van vanmorgen, maar van de afgelopen 36 uur. Rond borreltijd vervoegden we ons weer bij de bar bovenaan het terrein, waar we het stel uit Maastricht troffen waar we eerder al mee aan de praat waren geraakt. Zij waren opnieuw onder de indruk; op onze leeftijd en dan kamperen in een tent?? Dus boden ze ons uit respect een drankje aan. De man van het stel sloeg intussen de ene na de andere pastis naar binnen, gelijke tred houdend met evenzovele glazen bier. Hij kon er kennelijk goed tegen, want hij vertoonde geen enkel verschijnsel van wankele tred. Dat kon ook niet, want hij zat op een kruk. Zijn vrouw deed het iets kalmer aan en hield het bij biertjes. Ze hadden een allerschattigste labradoodle bij zich, Lizzy, die zich voorbeeldig gedroeg. Zes maanden oud was ze, en ze hadden haar nog nooit horen blaffen. Luisteren deed ze ook als de beste. Een soort ideale schoonzoon, maar dan vrouwelijk en vermomd als wolbaal.

Eten deden we simpel, met spaghetti en pastasaus uit een pak dat we van huis hadden meegenomen. Voor ‘je weet nooit’, en dat was nu. 

We waren kapot en hadden geen energie meer voor koken. Intussen hadden we, schuin achter ons, nieuwe buren gekregen. Een bijzonder stel, Duitsers. Zo te zien zeer gefortuneerd, met een grote camper van naar schatting één tot anderhalve ton. Zij, een dame van begin 50, had een scherp gezicht en was in knaloranje verpakking gehuld. Hij, type old-school-hipster met een lange sik en een paardenstaart, had een grote krullerige hond aan de lijn. Hun camper stond op het veldje met aan de rand een paadje dat wij als kampeerders gebruikten om naar het wc-gebouw te gaan. Tijdens de opschoonactie hadden we er ook veelvuldig gebruik van gemaakt, omdat we naast dat veldje kleden en tenten te drogen hadden gelegd. Omdat het stel geen avondzon had verkasten ze met hun tafel en stoelen naar de overkant van het pad, waar ze dat wél hadden. Daar gezeten konden ze van de nodige uv-straling genieten, wat ze zo te zien sowieso al zeer regelmatig deden. Tot zover niets aan de hand. Tot wij ’s avonds, rond een uur of tien, nog even naar de wc gingen. Het was al donker, en zij zaten met de deur dicht in hun fort. Toen we terugliepen naar de tent zwaaide opeens de deur van hun camper open, zij stak haar hoofd naar buiten en riep woedend ‘Kein Durchgang! Kein Durchgang!’. Enigszins verbouwereerd riep ik dat het wél een doorgang was, en recht van overpad of zoiets. Maar ze herhaalde schreeuwend ‘Kein Durchgang!!!”. Ik kon mijn lachen niet inhouden, zoiets raars om helemaal niks. Dat viel echter helemaal verkeerd, en ze krijste erachteraan ‘Nicht lachen! Nicht lachen!’. Tja, dan voel je een soort puberaal gedrag in je opkomen dat je helemaal vergeten was. We schoten opnieuw in de lach, en harder natuurlijk. Hoezo niet lachen? Dat bepalen we zelf wel! Wat een mafkezen zeg. Als ze nu gewoon vriendelijk had gevraagd of we in het vervolg misschien even om wilden lopen was dat natuurlijk geen enkel probleem geweest. Maar nu bereikte ze het tegendeel. Ik probeerde me even voor te stellen hoe een klas schoolkinderen – waarvan ik er vele de revue heb zien passeren tijdens mijn loopbaan - hierop gereageerd zou hebben, en ik vermoed dat ze haar met boter en suiker zouden hebben ingemaakt. Met mijn welgemeende zegen deze keer. En zo gingen we, vrolijk gestemd door deze onverwachte slapstick, eindelijk weer slapen in ons eigen vertrouwde bedje. 

Einde.



2 opmerkingen:

  1. Fijn dat je de boel toch weer redelijk schoon en droog hebt gekregen!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. "You shall not pass!"

    (Martin, onder het pseudoniem Marianne)

    BeantwoordenVerwijderen

Dag 35 – zaterdag 20 september: Dijon – Groningen en nabeschouwing.

Het kamperen is voor ons niet alleen een reis van de ene plek naar de andere, maar ook een reis door onze herinneringen. Niet zozeer door he...