Ik ga op reis en ik neem mee….Kennen jullie dat spelletje? Iedereen moet, alvorens hij of zij iets toevoegt, eerst alles opnoemen wat de anderen al gezegd hebben. Leuke geheugentraining (waarbij kinderen het altijd winnen van volwassenen). Goed, ik begin. Ik ga op reis en neem mee: een zonnehoed. Nu Bert: een, zonnehoed, een boek. De buurman is aan de beurt: ik ga op reis en ik neem mee een zonnehoed, een boek en een grote bezem. Zijn buurman: ik….etc….een dweilstok-met-emmer. Tja, en zo kon het gebeuren dat we zagen hoe de buurmannen hun tentzeilen aan het schoonmaken waren. De een kampeerde in zijn eentje met als enig gezelschap een klein hondje in een grote caravan, de ander had een 10-persoons tent. Voor zichzelf, wel te verstaan. Caravanman begon. Hij haalde het grote zeil uit de voortent en begon met schoonvegen (ook hij had een bezem bij zich). Twee keer, drie keer, vier keer eroverheen. En elke keer vielen er weer nieuwe blaadjes uit de bomen. Herfst, weet u nog? Goed, eindelijk was hij tevreden. Maar de show was nog niet afgelopen. Nu kwam er een emmer water met vloermop aan te pas. Wel tien keer ging deze dweil erover heen, en nog was het niet goed. Tentman kwam kijken, die had inmiddels ook zijn grondzeil buiten gelegd. Nog maar een keertje vegen caravanman, zei hij. Aldus geschiedde. En daarna moest er natuurlijk ook weer gedweild. Tentman was iets minder grondig, al na twee keer vegen mocht ook hij de dweil inzetten. Na gedane zaken werden de zeilen zeer consciëntieus opgevouwen, net zolang opnieuw tot er nergens meer ook maar een millimeter uitstak.
Het riep allerlei vragen op. Waren het weduwnaars, die in stijl van hun verscheiden geliefden de boel op orde hielden? Waren ze zo van zichzelf? Was schoonmaken een hobby? Hadden ze een fobie voor blaadjes en takjes? Dan kun je maar beter niet kamperen... We hadden geen idee, maar we vermaakten ons prima met deze taferelen. Buurman en Buurman op een presenteerblaadje.
De nacht was prima verlopen. De slaapmat, maar liefst 10 cm dik en 3D dus echt matrasmodel die ik geleend had van de dochter, was de beste ooit. Dat slapen, daar had ik het meest tegenop gezien. Maar het viel 100% mee, evenals het in- en uit de tent komen.
Groot voordeel van dit terrein is dat het dorp op loopafstand is. Om half negen stond ik dus bij de épicerie, waar ze een depôt de pain hadden. Gewapend met vers stokbrood, boter en yoghurt kwam ik terug bij de tent. Tijd voor kampeerkoffie! Bert sliep nog, maar je hoeft het woord koffie maar in zijn oor te toeteren of hij zit rechtop. En er is toch niets fijners dan voor je tent van een Frans ontbijtje te genieten. Er hing weliswaar nog een lage wolk tussen de bergen, maar die trok wat later helemaal weg zodat we de hele verdere dag heerlijk weer hadden.
Vandaag was het een rustdag. We waren al zeven dagen onderweg, waarvan zes rijdagen. Omdat we hier zo’n goede plek hebben en zon dan wel schaduw voor het uitkiezen, was de enige noodzakelijke activiteit het af en toe verplaatsen van je stoel. Het wereldgebeuren raakte volledig op de achtergrond, wat een rust. Vooral de machteloosheid die dat af en toe oproept maakt je zo moedeloos, en hoewel het een luxeprobleem is zijn we wel blij dat we het even uit ons hoofd kunnen zetten. In de wetenschap dat dat voor de betrokkenen een onmogelijke opgave is.
Aan het eind van de middag liepen we nog even naar het dorpje om iets te drinken. Bij het afrekenen bleek dat contant te moeten, want onder de €10 kun je niet pinnen. Doe dan maar €11, zei Bert 😊. Creatief denken heet dat. Daarna haalden we in het winkeltje verse kaasjes en een saucisson, beiden van plaatselijke bedrijven. Bij de tent aten we de rest van het stokbrood erbij op, en toen hadden we ook eigenlijk wel genoeg. Koken lieten we dus maar achterwege. Hier hoog in de bergen koelt het ’s avonds natuurlijk flink af, en we trokken ons om een uur of negen terug in de tent met ons boek. Het was mooi geweest voor vandaag.
Morgen maar even dweilen. Voor nu: Ajeto!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten