donderdag 18 september 2025

Dag 31 – dinsdag 16 september: La Roche s/ Grâne

Een opmerking vooraf. Wij vinden het ontzettend leuk als jullie een opmerking plaatsen onder onze verhalen. Om dat voor iedereen zo makkelijk mogelijk te maken heb ik die functie openbaar gezet, zodat je niet per se met je Google-account hoeft in te loggen. Uit ervaring weet ik dat dat niet altijd lukt, afhankelijk van je browser. Nu kun je dus gewoon anoniem een bericht plaatsen. Alleen, dan weten wij niet met wie we communiceren. Zou je even je naam onder je bericht willen zetten, zodat we weten wie we antwoord geven? Dank voor de moeite!



Nog drie dagen te gaan. De tijd vliegt. We gaan die tijd dus zo goed mogelijk invullen, want we zijn hier nog lang niet uitgekeken.

Het eerste wat ik vanmorgen deed was mijn mail openen om te zien of ik al bericht had van de huisarts. Ja dus, en bingo. (Vermoedelijk) weer Lyme. Er zat een recept bij voor een antibioticum, kuur van 2 weken. Tuurlijk.

Dinsdag is marktdag in Crest, het stadje dat op zo’n 20 minuten rijden ligt. Dat leek ons een mooie gelegenheid om daar op verkenning uit te gaan. Het vinden van een parkeerplek is altijd een uitdaging op marktdagen maar het lukte verbazend snel. Vlakbij het oude centrum, en met de parkeerschijf konden we anderhalf uur blijven staan. Dat leek ons genoeg. Het marktje concentreerde zich aan het begin van de hoofdstraat, en ik denk dat er maximaal 20 kramen stonden. Lekker overzichtelijk. De eerste stop was echter bij de keukenwinkel op de hoek, zo’n Winkel van Sinkel-achtig gebeuren waar je werkelijk van alles kon krijgen. Net als in een boekwinkel kunnen we uren rondstruinen in zo’n walhalla. We kochten er uiteindelijk een cadeautje voor een kleindochter, hoewel die nog lang niet jarig is en twee houten pollepels van superieure kwaliteit. We kregen er een gebruiksaanwijzing bij, ze moesten ingewreven met olie en dan 6 uur rusten. Daarna mochten we ze pas gebruiken, zei de uitbater. Kom daar eens om bij de Blokker.

Daarna haalden we bij de apotheek de medicatie op. Ze vonden het een veel te lage dosering, maar toen ze zagen dat het om twee weken ging waren ze toch akkoord. In Frankrijk zijn ze niet zuinig met antibiotica, en dat geeft op termijn weer problemen met de resistentie. Begrijpelijk dat ze bij ons daar terughoudender mee zijn, vooral als een lagere dosering ook werkt.

Op het marktje kochten we wat kaasjes om mee te nemen, lang leve de elektrische koelbox. Ook zwichtten we voor een Cantaloupe-meloentje, die we eerst mochten proeven en werkelijk verrukkelijk zoet was. De half aangesneden proefversie kregen we er gratis bij. Opeens klonk er muziek, en toen we ons omdraaiden zagen we een brassband voorbijkomen die de sfeer kwamen opvrolijken. Bij elke kraam bleven ze even staan spelen, en wat kun je je nu nog meer wensen op zo’n zonnige dag?

Zoals overal werd ook hier de markt rond half een afgebroken, en wij liepen wat verder door het oude centrum in. Tja, en dan is alles dicht. Dooie boel hoor. Op het centrale pleintje liepen we tegen een terras aan waar het middagmaal geserveerd werd. Jullie weten het inmiddels: we schoven aan. Ik at er de lekkerste kaasomelet ooit, en Bert genoot van verse pasta met kalfsvlees. Zo, dat scheelde weer inkopen doen voor het avondeten.

Bij een bakker die zowaar wél open was haalden we een stokbrood, en dat was eigenlijk alles wat we deden. Terug bij de tent lazen we wat, genoten we van het fantastische uitzicht en bovenal van het kamperen. Het was toch maar mooi gelukt allemaal.

Overal in de stad vind je de bijzondere beelden
 van Bruno Catalano











dinsdag 16 september 2025

Dag 30 – Maandag 15 september: Roche s/ Grâne

Drie Franse boeren, met de karakteristieke blauwe salopette en geruite pet. Plaats van akte: de wachtkamer van de plaatselijke medische dienst in La Grâne. Er was ook een echtpaar, waarvan de vrouw, gewrongen in een drie maten te kleine blouse en met een haardos waar een ragebol jaloers op zou zijn, keek alsof haar hele leven niet de moeite waard was geweest en dat ook niet zou worden. Hij, berustend in zijn lot, had zijn rechterhand in het verband en er sijpelde een beetje bloed door bij zijn duim. Daarnaast zat er een stel vriendinnen zo te zien, en een oudere man die de stoel als bed probeerde te gebruiken te zien aan zijn uitgezakte houding. Wat niet lukte, want toen hij geroepen werd stond hij onmiddellijk op om zich bij de dienstdoende arts te vervoegen. Op het moment dat wij binnenkwamen verstomden alle gesprekken. We werden aangekeken alsof we van Mars kwamen. Ik wou Bert bijna voorstellen in onbegrijpelijke klanken te gaan communiceren om dit idee te voeden, maar ik denk niet dat men er de humor van had ingezien.

Wat deden we daar eigenlijk? Nou, ik had al wekenlang erge last van een rode plek op mijn been. Eerst dacht ik een ontstoken muggenbult, maar dat leek toch vrij onwaarschijnlijk. Hoewel ik het niet kon plaatsen begon ik toch langzamerhand aan een tekenbeet te denken, die had al eens eerder voor Lyme gezorgd. Maar wanneer was dat dan gebeurd? Terugredenerend kwam ik uit op eind juli, tijdens een uitstapje in de provincie. Verder had ik geen gras of bos gezien. Op 21 augustus maakte ik de eerste foto. Maar ja, dan ben je net onderweg, en het gaat vast wel over, en het kan toch niet alweer, en…en…en….Tot je op het moment komt dat je denkt: dit is niet pluis. Dan zoek je dus een dokter om het te laten beoordelen. Bij de apotheek vroegen we waar we terecht zouden kunnen, en dat bleek vlakbij te zijn. We dachten een balie aan te treffen waar we een afspraak konden maken, maar er was slechts die wachtkamer. Na een tijdje ging er een deur open, en op advies van de apotheker vroeg ik wanneer ik een afspraak zou kunnen maken. Nou, dat was geen gewenste opmerking kennelijk. De man ontplofte bijna ter plekke (wat hij gelukkig niet deed, het geeft zo’n troep) en schreeuwde alleen maar ‘wachten, je moet wachten!’. Nu hadden we dat net al drie kwartier gedaan, en het idee de rest van de dag in die wachtkamer door te moeten brengen was niet zo aantrekkelijk. Dus maar terug naar de apotheek. Bel je eigen huisarts en stuur een foto, was zijn advies. Ach ja, tuurlijk. Zo gezegd zo gedaan, en nu is het afwachten.

Na deze ervaring zochten we op de kaart – ja, daar is ie weer! Die kaart, van papier weet je wel! – een mooie route uit naar de bergen waar we op uitkijken vanuit de tent. Dat was een voltreffer. Wat een ongelooflijk mooi gebied hier! Veel mooier dan dat rond Vaison la Romaine en de Mont Ventoux vonden we. We konden niet overal stoppen om foto’s te maken, maar we dronken met grote teugen in wat we zagen. Het was een feest. In een klein dorpje stopten we om wat te drinken bij het centrale café. In dit geval duidelijk sponsor van de plaatselijke rugbyclub. Terwijl wij daar braaf aan onze cola en tonic zaten kwam er een man binnen die je het beste zou kunnen omschrijven als ‘iemand aan de onderkant van de samenleving’. Net als de boeren vanmorgen keek ook hij ons aan alsof we van een andere planeet kwamen (is ook zo, maar dat wist hij niet). Hij had oude, slobberige kleren aan en zijn stoffige hoofd was gewikkeld in een bandana die vast ooit zwart was geweest maar nu de kleur had van een dweil die te lang in het sop had gestaan. Dat was niet het enige wat hij met zich meedroeg. Hij had ook nog een, laten we zeggen, niet zo prettige geur om zich heen. Muf, ongewassen, aangekoekt vuil, zoiets. Terwijl we dat op ons in lieten werken kwam er een andere kleurrijke figuur binnen. Een dame deze keer, in blauwe pyjama en met een strooien hoed op. Ze kocht een paar lottokaarten en kletste wat met de barman. Zij kende kennelijk de man-met-de-bandana, en ze wisselden wat vriendelijke woorden uit. Wij begonnen ons toch een beetje ongemakkelijk te voelen door de luchtjes die zich met ons drinken probeerden te vermengen, en rekenden maar gauw af.

Het vervolg van de tocht was al even prachtig als het eerste deel. Op een goed moment zagen we een woud van parapenters in de lucht zweven, schitterend gezicht. Bij de tent kookten we onze befaamde schaapherderspot die uitzonderlijk goed smaakte en werden we getrakteerd op een onwaarschijnlijk mooie avondlucht. Later op de avond probeerden we weer ons record te verbreken met de puzzels maar dat lukte van geen kant. Het was welletjes. Met wat onherkenbare klanken namen we afscheid van deze dag, voor we in onze vliegende schotel terugvlogen naar Mars.

De foto's hieronder staan niet op volgorde! Dat lukte niet meer met beperkte batterij.
























Dag 29 – zondag 14 september: La Roche-sur-Grâne (camping La Magerie)

Wat een verademing. Na alle kou en regen van gisteren scheen er een zonnetje en keken we uit op de lavendelvelden die weliswaar niet meer in bloei stonden maar toch een mooie aanblik gaven. Op de achtergrond, als grote blokken in het landschap, de toppen van Les Trois Becs als onderdeel van het berggebied de Vercors. Wat een plaatje. Dit zochten we, deze laatste dagen van de vakantie. A room with a view, zogezegd.

We deden langzaamaan vanochtend. Eerst maar eens verkennen waar we nu eigenlijk waren. Het sanitair was dik in orde. Superschoon en van alle kampeergemakken voorzien. Genoeg wc’s, genoeg douches, aparte wascabines met wastafel. De camping was niet vol maar wel goed bezet. Met, jawel, heel veel Nederlanders. Eén van hen sprak ons bewonderend aan: ‘Zo zo, een tent, dat zie je niet vaak meer!’ Alsof we het achtste wereldwonder waren. Als je met mensen hierover in gesprek raakt melden ze allemaal dat ze, vroeger, natuurlijk óók met een tent gekampeerd hadden. Maar ja, ze werden een dagje ouder nietwaar. Als eerste actieve handeling liep ik naar de bar, waar als het goed was een stokbrood voor ons klaarlag. Ik had wel begrepen dat het een eindje lopen was, maar op bijna twee kilometer heen en terug had ik niet direct gerekend. Een soort overjarige hippie stond bij de biertap brood te overhandigen aan de klanten. De staf spreekt hier drie talen door elkaar, en soms zelfs vier. Af en toe weten ze dan zelf niet meer wat ze ook weer wilden zeggen, en de meest eenvoudige zinsconstructies komen er zo verwrongen uit dat je het niet meer begrijpt. Ik hoorde dat ze van Luxemburgse afkomst zijn, daar zal het wel mee te maken hebben. Ingesloten tussen Nederland, Franssprekend België en Duitsland neem je overal wat van mee.

Het maakte ons allemaal niet uit. We waren zo blij met deze ruime, open plek. Hartje zomer is het trouwens geen pretje denk ik, want je staat wel vol op de zon, maar achter de tent was nu in elk geval schaduw genoeg. Opeens realiseerden we ons dat het zondag was, en dan zijn de winkels maar tot 12.30 open. Omdat onze voorraad zo goed als op was zat er niets anders op dan in de auto te springen en naar de dichtstbijzijnde Intermarché te rijden, in de buurt van Crest. Toen we er binnenliepen en doorstoomden naar de afdeling etenswaren zagen we dat de visafdeling leeg en gesloten was, evenals die van het vlees. De lichten achterin de zaak gingen al uit, terwijl we er om 12 uur waren. Dat hebben we in Nederland toch nooit meegemaakt, dat ze een half uur van tevoren de winkel al gaan schoonvegen. Maar goed, we graaiden zo hier en daar wat uit de groentenbakken, vulden de yoghurtvoorraad aan en konden nog net het allerlaatste brood in de mand gooien voor we er echt uit werden gezet. Bij de kassa was het ook weer feest. Een dame voor ons moest, jawel, een check uitschrijven. Zonder leesbril. Ze was zo te zien bijna 100. Dat duurde wel even…

Terug bij de tent veegden we eerst alle opgespatte troep van de tent. Voor de derde keer deze vakantie, hoewel het niets voorstelde vergeleken bij de chaos na de overstroming. Verder deden we weinig. Bijkomen, lezen, wat schrijven. ’s Avonds verbraken we ons eigen record en maakten we negen puzzels in het Grote Bosatlas Puzzelboek (deel 2, 1 hadden we al uit). Een aanrader.

Het was inmiddels stikdonker. Room yes, view no. Dat jullie het even weten.








maandag 15 september 2025

Dag 28 – zaterdag 13 september: Remoulins – La Roche-sur-Grane (camping La Magerie)

Schreef ik iets over het ontlopen van regen? Hm. We zullen zien.

Het was in elk geval droog toen we het kleine tentje afbraken. Alleen de randen waren wat nat, maar dat komt wel als we thuis zijn. Eerst gingen we onze buurtjes nog even gedag zeggen, en andere inmiddels bekende medekampeerders zwaaiden we toe vanuit de auto. Bij het afrekenen wachtte ons een verrassing: we hoefden alleen de eerste week te betalen, de dagen daarna waren gratis. Zo hadden we uiteindelijk dus voor €18 per nacht gestaan, inclusief elektriciteit. We dronken koffie bij de bar, haalden broodjes bij de altijd vrolijke mevrouw van het winkeltje en vertrokken richting Drôme. Dromen zijn bedrog, nou, deze droom kwam uit hoor. In al die eerdere jaren dat we in Frankrijk gekampeerd hebben waren we nog nooit in deze streek geweest, en nu was het al de derde keer in drie jaar. De streek is verrassend mooi, met steeds anders gevormde landschappen en (lage) bergen. Ook is het toerisme er nog iets minder doorgedrongen, hoewel de Nederlanders je af en toe toch om de oren vliegen. Zelf horen wij daar natuurlijk ook bij, maar ja, dat is anders (niet).

Onderweg betrok de lucht steeds meer. Dat was ook de verwachting, maar je hoopt toch dat het nét een kilometertje verderop zal zijn. Om een uur of één reden we de camping op, waar we door een absoluut ongeïnteresseerde eigenaar naar onze panoramaplek gebracht werden. Het leek niet erg vlak, en we hadden op La Sousta ook niet echt recht gelegen, dus wilden we eerst nog wat andere plaatsen zien. Die bevielen ons echter nog minder, zodat we uiteindelijk toch voor de plek met uitzicht kozen. Inmiddels was het begonnen te druppen. Snelheid was dus geboden, en nog net voor het echt begon te plenzen hadden we ons katoenen huis weer staan. Maar toen barstte het in volle hevigheid los. De tent was nog helemaal leeg, zelfs het pakken van de matjes en slaapzakken lukte niet meer op tijd. De stoelen hadden we er gelukkig wel al ingezet, en onder de luifel was het wachten op betere tijden. Die kwamen niet. Althans, niet binnen een paar uur. Warme kleding hadden we ook niet aan nog, en Bert zat te rillen op zijn stoel. We deden de deuren maar dicht om zoveel mogelijk warmte binnen te houden maar het hielp niet echt. Op een goed moment, na iets van anderhalf uur, was het heel eventjes wat minder erg. Ik rende naar de auto, pakte onze warme fleecevesten en een grote deken, en zo konden we het iets beter uitzingen. Tegen zes uur stopte het eindelijk en konden we de rest binnenhalen zoals slaapmatten en slaapzakken. Nu was in elk geval de nachtrust behoorlijk verzekerd. Verder was alles gewoon nat en vooral vies door al het opspattende zand.

Intussen hadden we wel trek in wat, maar koken was een 100% No Go. Toevallig had ik op Google Maps een grote ‘M’ zien staan, en hoewel ik dat echt een noodgreep vind doken we toch maar in de auto om in het plaatsje Crest de Mc Donald te vinden. Het was er ten eerste warm, en ten tweede superschoon, en ten derde aardig ingericht. Kon minder, zeggen we dan in Groningen. Het eten was, tja, zoals het altijd was. Je eet iets maar proeft niet wat. Ze kunnen je net zo goed karton voorzetten (Bert is het hier trouwens niet mee eens, die smulde van zijn cheeseburgers). Maar we hadden iets in onze maag, en dat was wat telde.

Bij de tent probeerden we nog enige orde in de chaos te scheppen, maar omdat het bleef regenen lieten we het er maar bij. Hoezo weten te ontlopen? In je dromen zeker. Morgen verder. Dan weten we ook of we deze keer wél recht gelegen hebben.

zondag 14 september 2025

Dag 27 – vrijdag 12 september: Remoulins

Het ontlopen van slecht weer en regen vormt wel een rode draad van deze vakantie. Ook nu weer. Morgen zouden we vertrekken naar een plek ongeveer 120 km noordelijker, iets onder Valence, ter hoogte van Crest. Ik had daar een camping gevonden waar plekken met panorama-uitzicht te reserveren waren, en na een mailtje kregen we te horen dat er plaats was. Tot vrijdag de 19e, en dat paste precies in ons schema. Na de drukte van La Sousta hadden we behoefte aan een laatste stop met meer ruimte om ons heen, en wat minder zicht op al die witte gevaartes. Heel fijn dus dat we terecht konden op La Magerie, die in elk geval volgens de beschrijving voldeed aan deze wensen. Je moet het altijd maar afwachten.

Het probleem was dat het morgen, jawel, weer ging regenen. En de grote tent nat afbreken is echt niet leuk. Dus pakten we het anders aan. We wilden vandaag toch al zoveel mogelijk inpakken, en nu besloten we gewoon de tent ook vast in te pakken en ons kleine tentje op te zetten voor de nacht. Daar hoefden dan alleen de slaapmatten en slaapzakken in. Sowieso vonden we het leuk daar weer eens even in te slapen, we zijn er jaren mee door Amerika getrokken en het bracht ons daar weer even terug in gedachten.

We deden weinig verder vandaag behalve bijkomen van gisteren. En ook zonder boek kun je je hier prima vermaken. Er was een meneer die verwoede pogingen deed de luifel van zijn caravan schoon te bezemen. Terwijl hij op een wiebelig klein trapje stond met een bezem in zijn hand, moest hij met zijn andere hand steeds zijn broek ophijsen. Die bleef maar afzakken. Stukje vegen, hijsen. Vegen, hijsen. Al met al was het een vermakelijk schouwspel, waarbij uiteindelijk de luifel toch schoon genoeg was. Wat ons ook verbaast is het verschijnsel van 50+ mannen, met een behoorlijke embonpoint. Wat bezielt die om zich, onder die behoorlijk stevige pens, in een piepklein zwembroekje te wurmen? En daarmee dan over het kampeerterrein te paraderen alsof ze Ken van Barbie zijn? Wie het weet mag het zeggen. We hadden ook eindelijk wat leven tegenover ons. Er waren drie kinderen komen staan, de jongste vermoedelijk een jaar of 3 en de oudste iets van 8. Ze waren er natuurlijk niet alleen, maar met hun ouders en grootouders. De eersten in een superdeluxe VW-camperbus, de grootouders in een wat grotere camper. We vroegen ons wel af hoe het kon, de scholen waren immers ook in Duitsland (waar ze vandaan kwamen) weer begonnen? Hoe dan ook, het gaf een gezellige reuring in deze enclave van pensionado’s.

Aan het eind van de middag, na deze lekkere lummeldag, begonnen we aan deze klus. Het ging allemaal heel vlot, en om 18.30 stond ons blauwe tentje parmantig te wachten op bewoning. Dat ging nog even duren, want eerst moesten we nog een hapje eten in het campingrestaurant.

De pizza’s komen ons langzamerhand de neus uit, maar gelukkig hadden ze ook ander lekkers op het menu. De fish and chips smaakten uitstekend. Je hebt het ook binnen een kwartier op tafel, mede door het uiterst efficiënte concept wat ze hanteren. Al het eten komt op een houten plank, met wat sla (drie druppels balsamico eroverheen), een papieren zak met frietjes en dan al naar gelang vis, steak of een hamburger ernaast. De wijn is er ook betaalbaar, een pichet van 50cl kost €8. Als toetje nam Bert natuurlijk zijn geliefde Île Flottante, ik kon het af met een bolletje ijs. Als je al je kookspullen hebt ingepakt is het een uitkomst dat je hier kunt eten.

Naderhand zaten we nog een hele tijd gezellig bij ons blauwtje. We waren de regen voorlopig weer te snel af geweest.



Dag 26 – 11 september: Remoulins (bezoek aan Aix-en-Provence)

Voor wie op zoek is naar goedkope zomerkleding: ga halverwege september naar Aix-en-Provence. In alle straten van het historisch centrum staan kraampjes, kledingrekken en grote plastic bakken vol met de overblijfselen van de zomercollecties. Alle kledingzaken doen mee. Mensen stonden rijen dik om te wachten tot er weer een plekje kwam om vrijelijk te kunnen graaien (spoiler: we hebben niets gekocht).

Vanmorgen waren we allebei weer zo fris als een hoentje. Na een goede nachtrust konden we een dagje Aix met bijbehorende markt wel aan, dus reden we na het ontbijt weg, om half tien. Mooi op tijd. Het was wel een eindje rijden, anderhalf uur, maar ach, in de vakantie telt tijd niet, toch? De aanloop verliep voorspoedig, maar in Avignon liepen we behoorlijk vast. Was ook niet erg, we hoefden ook geen uren op de markt door te brengen. Het ging ons meer om de gezelligheid van de stad. Met een vertraging van een minuut of twintig kwamen we aan in de buurt van de parkeergarage die ons vorig jaar zo goed bevallen was, La Rotonde. Ligt midden in het centrum, en met de Telepéage konden we zo in- en weer uitrijden. Dat wil zeggen, als je de ingang kunt vinden. Dat viel nog niet mee. Er waren allerlei wegwerkzaamheden, en de straten naar de ingang die we zochten waren afgesloten dan wel onbereikbaar. Het verkeer stond sowieso overal vast. Opeens zagen we een aankondiging op een elektronisch bord, er waren nog 153 plaatsen vrij. Ok, dat moest lukken. Maar waar moesten we nu heen? Een bord verder: La Rotonde complet. Huh? Dat ging wel snel. Even later: 6 plaatsen vrij. Maar nog steeds geen ingang. Tot we een verwijzing zagen, op een iets andere plek dan vorig jaar maar wel duidelijk een ingang. Gauw daarnaartoe gereden dus. COMPLET! Stond er met grote letters. Ik geloofde er niks van, en we namen de gok. Beneden waren twee slagbomen, en we moesten aansluiten bij andere auto’s waarvan de bestuurders dezelfde gedachten hadden gehad. Er gebeurde niets. Intussen zaten er ook weer auto’s achter ons, dus we zaten aan alle kanten klem. Eindelijk kon er één auto doorrijden, en even later de andere. Toen waren wij aan de beurt. Eerst weer wachten natuurlijk, want er moesten eerst mensen uitrijden. Yes, we mochten een kaartje trekken! Eh…nee dus. Alleen toegankelijk voor mensen met een abonnement. Wtf (what the fuck, voor wie het niet weet). We hadden net genoeg ruimte om even een stukje achteruit te rijden en bij de andere slagboom te gaan staan. Zelfde verhaal. En toen kreeg ik een ingeving, ik pakte het apparaatje van de Bip&Go, ons abonnement op de Telepéage, en hield dat voor de scanner. Vraag me niet hoe het kon, maar we konden erin! Dat was tenminste wat. Het was nog op z’n zachts gezegd een hele uitdaging om er zonder kleerscheuren (lees: lakschade) binnen te rijden en uiteindelijk lukte dat alleen doordat we de spiegels inklapten en Bert uit het raampje hing om te kijken of het echt wel paste, doodeng. Maar goed, die hobbel was genomen. Nu nog een plek. Laat er nu redelijk dichtbij een plekje zijn vrijgekomen. Het is hier allemaal berekend op Mini’s, Smartjes of soortgelijke formaten. Toch lukte het om achteruit in te parkeren maar wel zo strak dat we de deuren nauwelijks konden openen. Op een of andere manier wisten we ons er toch door te wringen, en om kwart voor twaalf liepen we dan eindelijk het centrum in.

Daar was niet alleen de reguliere markt te vinden, maar ook de kledinguitverkoop die ik aan het begin beschreef. Echt overal rekken en bakken. Dat lieten we voor wat het was, en we begonnen maar gewoon wat rond te lopen. Het prettige aan deze stad is wel dat de markt niet zo opgepropt is, dat is in Uzès wel anders. Overal zijn pleintjes en straatjes, waardoor het veel ruimtelijker aandoet maar toch de gezelligheid heeft van een historische stad. En het is natuurlijk ook gewoon een veel grotere stad. We zochten wat bekende plekjes op en lieten ons verder maar meevoeren door de wind. Niet dat het waaide. Het kleine restaurantje waar we vorig jaar zo voortreffelijk gegeten hadden konden we niet meer vinden, waarschijnlijk bestond het niet meer. Maar we zagen een hip eetcafé, waar een tafeltje in de schaduw vrij was, en dat was een goede vervanger. Gezellige drukte en goede bediening. Mijn avocadotoast met gepocheerd ei was heerlijk en Bert had een tosti. Tenminste, daar had hij op gehoopt. De Franse versie, de Croque Monsieur is echter iets anders van samenstelling dan die van on. Er zat heel veel béchamelsaus tussen, en dat beviel hem maar matig. Het was een zompig geheel geworden in plaats van lekker knapperig. Tja, ’s lands wijs ’s lands eer. Het biertje wat hij erbij kreeg voldeed gelukkig wél aan de verwachting, en mijn glas bieten- wortel- gembersap ook. Ik zei het al, hippe tent.

Na het eten was het tijd om naar de tentoonstelling van het werk van Niki de St Phalle te gaan. Je weet wel, met die kaartjes die we kregen ter vervanging van de lichtshow rond Monet in Les Carrières. We hadden intussen wel lood in de benen, niet zo gek als je bedenkt hoe we er gisteren bij zaten. Maar het museum lag op de route naar de parkeergarage, dus we hoefden niet ver om te lopen. Het was een mooie, overzichtelijke tentoonstelling. Bijzonder om te zien hoe ze eerst studies maakte van allerlei plastic objecten die ze bij elkaar voegde. De Big Mama’s, zo kenmerkend, waren hier alleen in kleiner formaat te zien. Logisch, want die zijn enorm en horen buiten te staan. We vonden het zeer de moeite waard allemaal al moesten we ons hier en daar wel inhouden om de dames-van-een-zekere-leeftijd met een pittig kort kapsel en een rode bril niet aan de kant te duwen (weten jullie meteen waarom ik mijn haar weer laat groeien). Hallo zeg, we zijn hier niet alleen op de wereld hoor.

Terug naar ‘huis’ moesten we nog een stuk lopen naar La Rotonde. We vonden de ingang, betaalden €9 en lieten ons vier verdiepingen onder de grond zakken. Allemachtig, het leek daar wel een sauna. Nu nog de auto. We wisten dat hij tegenover nummer 4009 stond. Maar we vonden hem niet. Alle rijen liepen we af, er stonden honderden auto’s. We begrepen er niets van, maar dit werd hem duidelijk niet. Wat nu? Een andere ingang misschien? Ja hoor, een stukje verderop was er nog een lift. Helaas hielp dat ook niet. Dan maar hulp vragen. Maar nergens stond iets aangekondigd van informatie, geen telefoonnummer, niks. Het Office du Tourisme was vlakbij, dus opnieuw in de lift omhoog en daar raad gevraagd. Zij wezen ons erop dat op de eerste verdieping een informatiepunt was. Voor de derde keer naar beneden, de sauna in, en daar was inderdaad een kantoor. De vriendelijke man van dienst vroeg ons kaartje, en zag direct wat er aan de hand was. We stonden in een ander, afgescheiden deel van de garage. We moesten terug naar boven, een stuk verder lopen, dan naast de Moniprix de ingang nemen. Omdat we zolang hadden lopen zoeken moesten we bijbetalen, maar alles beter dan straks voor een dichte slagboom staan. Opnieuw zoefden we naar beneden, ver onder de grond. En na een minuut of tien zag ik twee goudkleurige randjes naar voren steken….onze auto! Klik, deed de sleutel. Al met al hadden we er drie kwartier voor nodig gehad. Voor wie zich afvraagt of we dan niet opgelet hadden toen we de garage vanmorgen verlieten: ja, maar ik had de locatie iets te laat ingevoerd. Waardoor we niet bij de juiste ingang uitkwamen. Tja.

Terug in Remoulins haalden we nog even yoghurt, wat moet een mens zonder, om daar uiteindelijk niet eens meer trek in te hebben. Met een klein stukje kaas waren we dik tevreden. Een buurvrouw kwam nog gezellig even kletsen en hoorde ons verhaal met stijgende bewondering – of was het verbazing over zoveel onnozelheid? – aan.

Nadat ze weg was bleven wij nog lang buiten zitten kletsen met een glaasje streekwijn, herinneringen ophalend aan vroeger tijden toen we met iets van 6 of 8 pubers en vrienden in Spanje kampeerden. En ondanks het gelazer met de Rotonde sloten we de dag toch met een goed gevoel af. Op naar nieuwe verhalen.






















Dag 35 – zaterdag 20 september: Dijon – Groningen en nabeschouwing.

Het kamperen is voor ons niet alleen een reis van de ene plek naar de andere, maar ook een reis door onze herinneringen. Niet zozeer door he...