dinsdag 9 september 2025

Dag 21 – zaterdag 6 september: Remoulins

Even een opmerking: vanwege het slechte bereik lukt het me niet altijd iets te posten. Ook het laden van foto's gaat moeizaam, zodat ik ze soms weglaat, en soms zonder tekst maar bijvoeg. Net wat op dat moment het snelste gaat. Vandaag geen plaatjes.


Navigatie, we kunnen niet meer zonder. Soms vragen we ons af hoe we dat vroeger toch deden allemaal want ook toen reisden we heel wat af. Daarbij kwam die goeie ouwe kaart van pas, al werkte dat ook niet altijd. Ik herinner me een keer in Portugal, in Braga om precies te zijn, waar we zeker een uur rondgereden hebben om de stad uit te komen. Of in Praag, waar we uiteindelijk op de trambaan terechtkwamen die we toen maar gevolgd hebben. Vandaag wilden we naar de zaterdagmarkt in Uzès. Dat is een half uurtje rijden hiervandaan, en we weten ook precies waar we de auto goed kunnen parkeren. Meer uit gewoonte dan uit noodzaak koppelden we mijn telefoon aan voor de navigatie (Here We Go, heel overzichtelijk in het gebruik vinden wij). Ongeveer 5 km vóór Uzès stond alles vast. Hoewel we af en toe een klein stukje vooruit kwamen schoot het niet erg op. Gelukkig had onze navigatie dat ook in de gaten, en bij de eerstvolgende mogelijkheid dirigeerde hij ons rechtsaf om via een sluipweg alsnog op de bestemming te komen. Super. We reden over een landweggetje, en kwamen terecht op een kleine weg ,‘alleen toegankelijk voor aanwonenden, voor anderen verboden in te rijden’. Maar ja, je moet wat, en dus draaiden we er toch maar in. Dat hadden we beter niet kunnen doen. Het was een ontzettend smal bosweggetje, waar onze auto maar nét paste qua breedte. Met het inklappen van de spiegels lukte het echter toch iets verder te rijden. Tot, je voelt hem al aankomen, er een tegenligger aankwam. Wij achteruit dus, en dat viel niet mee. Maar met behulp van de achteruitrijcamera lukte het uiteindelijk uit te wijken en de tegenligger te laten passeren. Inmiddels zaten er ook wat auto’s achter ons, dus er zat niets anders op een nieuwe poging te wagen. Mis. Nu kwamen er drie tegenliggers aan. We zaten compleet klem. Met heel veel moeite kregen we het voor elkaar opnieuw achteruit te rijden, en toen besloten we te keren. Aan het begin van de weg liep ook een privé-weggetje omhoog, naar een huis. Daar konden we achteruit indraaien, en terugrijden richting grote weg. In de bewuste short cut (iemand een goed Nederlands synoniem? Graag!) stond nu alles muurvast. Terwijl wij de hoofdweg opdraaiden kwam er een politieauto aan, benieuwd wat die nog kon uitrichten ter plekke – en hoe was die zo gauw opgetrommeld? Wat wel duidelijk was: alle navigatiesystemen hadden deze route aangegeven als file-vermijdend. Die file was inmiddels verdwenen, en zo vonden we dan eindelijk een mooi plekje op de parkeerplaats bij de kerk. Opgelost.

Daar voltrok zich natuurlijk nog het hele circus van het bemachtigen van een parkeerkaartje, zoals ik al eerder beschreef, maar om half twaalf, een uur nadat we vertrokken waren, liepen we dan toch de markt op. Die was zoals altijd druk bezocht, maar dat wisten we van tevoren. We kochten er verse geitenkaasjes van plaatselijke boeren, een flink stuk blauwe en nog wat andere producten uit de streek. Een stuk of wat saucissons, boontjes, en een uitklapbaar netje voor over het eten om de vliegen op afstand te houden. Geproduceerd in, natuurlijk, China met als vermoedelijke kostprijs €0,05. Nu over de toonbank voor €6, maar je moet toch wat. Door de drukte konden we niet zien dat er ook kleine hondjes liepen, die hun baasjes aan de lijn hielden in plaats van omgekeerd. Opeens hoorden we een enorm gekrijs, bleek er iemand op zo’n beestje te zijn gaan staan. Hier een tip dus: neem géén, ik herhaal géen, kleine hondjes mee naar drukbezette plekken. Aan een platgewalst hondje heeft niemand wat.

Voor de lunch hadden we gereserveerd bij Les Terroirs. Sinds we dat restaurant ontdekt hebben eten we er minstens één keer als we in de buurt zijn. Het eten is er fantastisch, allemaal biologische producten en zo vers als het maar zijn kan. Het was er megadruk, en ondanks het feit dat we gereserveerd hadden moesten we nog 20 minuten wachten. Achter ons in de rij stonden twee keurige dames, flink veel kreukeltjes in het gezicht en heftig gestifte lippen die er daardoor craquelé uitzagen. Zij waren het er niet mee eens. Waarmee? Nou, dat ze moesten wachten. Ze hadden tenslotte gereserveerd, wilden een tafeltje en wel nú. Het meisje dat alles in goede banen moest leiden legde met engelengeduld uit dat nu de mensen van 13.30 aan de beurt waren en dat zij een reservering hadden staan om 13.45. Ze liet dit ook even zien op haar lijst. Nou, dat was niet waar. Het klopte niet. Ze wisten het zeker. Het meisje bleef geduldig en met een glimlach uitleggen dat ze nog even moesten wachten, wat ze uiteindelijk mopperend aanvaarden. Om het tien minuten later opnieuw te proberen. Op het moment dat wij al van onze heerlijke lunch zaten te genieten zag ik ze nog staan. Druk gesticulerend over dit gebrek aan gastvrijheid. Zelf verdenk ik het meisje ervan ze onderaan de lijst geplaatst te hebben. Zou ik gedaan hebben tenminste 😉

Op de terugweg deden we nog wat boodschappen bij de Carrefour. Veel hadden we niet nodig, ’s avonds konden we volstaan met wat kaas en brood. De navigatie in acht nemend vonden we makkelijk de weg naar de slaapzak. Hadden we er toch nog wat aan.

zondag 7 september 2025

Dag 20 – vrijdag 5 september: Remoulins

Je ziet het vaker tegenwoordig: een tentoonstelling waarin werken van beroemde kunstenaars omgezet worden in een virtuele installatie met bewegend beeld en geluid. Twee jaar geleden zagen we dat voor het eerst in Padua, waar ze de werken van Monet als het ware tot leven brachten zodat je zelf op het beroemde bruggetje kon gaan staan om naar de waterlelies te kijken. Prachtig. Gelukkig waren er ook veel van zijn schilderijen op de ouderwetse manier te bewonderen en het was vooral de afwisseling die het interessant maakte. Dat was anders bij de expositie van vandaag.

Vandaag gingen we naar Les-Baux-de-Provence, en meer precies naar de Carriéres des Lumières. Dat is een voormalige steengroeve, waarvan nu een grote expositieruimte is gemaakt. Het is er heerlijk koel, goed om de zomerhitte even achter je te laten. Er waren twee thema’s waar je uit kon kiezen: Monet en Rousseau, of Le Petit Prince. Dat laatste was speciaal voor mensen met kinderen interessant en werd in het naseizoen alleen op zondag getoond. Wij gingen ons dus onderdompelen in Monet. De eerste uitdaging was het vinden van een parkeerplek, want niet alleen deze expositie trok veel mensen, ook het kasteel van Les Baux kon rekenen op een groot aantal bezoekers. Tot kilometers ver stonden auto’s langs de kant van de weg geparkeerd, terwijl eindeloos veel mensen zich zwetend en zwoegend naar de plek van bestemming begaven. Niet echt een aanlokkelijk vooruitzicht. We reden dus door, tot de parkeerplaats precies tegenover de steengroeve, en de goden waren ons gunstig gezind: we zagen direct een plek. Dat scheelde. De volgende hindernis was het kopen van een kaartje bij de parkeerautomaat. Dat is nogal een dingetje hier. Ten eerste is het alleen in het Frans, wat voor ons geen probleem is maar voor veel anderen wel, ten tweede is het ronduit een klantonvriendelijk systeem. Met een beetje pech sta je zo een half uur te wachten tot de mensen voor je hebben uitgevogeld hoe het allemaal werkt, om dan tot de ontdekking te komen dat ze het kenteken van hun auto nodig hebben. Even teruglopen dus, want niet iedereen weet het zo op te hoesten. Al met al een flinke hobbel. Wat we door het gebruik van de parkeer-app in Nederland ook niet meer gewend zijn is dat je van tevoren moet aangeven hoe lang je wilt parkeren. Tja, geen idee. We gooiden dus maar op de gok voor 3 uur in de meter, beter iets teveel dan te weinig. Overigens was de tocht hiernaartoe ook al een feestje, dwars door de l'Alpilles, een soort duinlandschap maar dan in het binnenland. Prachtig.

Goed, de auto stond, de tickets waren zo gekocht en we konden naar binnen. Om bijna meteen om te vallen. Overal om ons heen, op alle muren en onder en boven, werden bewegende beelden geprojecteerd gelardeerd met vallende sterren (of iets wat daarop leek). Ik verstapte me direct, de vloer was namelijk oneffen wat niet zo gek is in een steengroeve natuurlijk. Dat, gecombineerd met alle lichtflitsen van alle kanten, zorgde bij ons allebei voor een flinke evenwichtsstoornis. We hadden geen enkel houvast, wisten niet waar we moesten kijken. De muren, en dus de beelden, waren zeker 10 meter hoog. Bij films wordt soms gewaarschuwd voor de heftigheid van de lichtwisselingen, zeker als je bijvoorbeeld last hebt van epilepsie. Hier was niets aangegeven. Gelukkig stonden er wat stenen bankjes langs de rand, en daar liet ik me toen maar op vallen. Bert ging er bijna naast zitten. Ik kon hem nog net op tijd vastpakken en naast me trekken. We probeerden het op deze manier een tijdje aan te zien, maar het was eigenlijk al meteen duidelijk dat dit niet voor ons geschikt was. Het kostte wat moeite, maar half strompelend konden we toch de uitgang vinden. Waar we direct werden opgevangen door de mevrouw die onze kaartjes had gecontroleerd. Ik legde uit dat we er niet tegen konden, al dit visuele geweld, en dat begreep ze heel goed. Er waren meer mensen die er last van hadden, vertelde ze, maar soms kon je er ook aan wennen. Nou, dat hoefde van ons niet. Jammer van de tickets, dat wel. Daar had ze een oplossing voor, en even later kwam ze aan met twee vrijkaartjes voor de tentoonstelling van Niki de St Phalle, in Aix-en-Provence. Kwam dat even mooi uit, daar zouden we toch nog naar toe gaan.

Behoorlijk opgelucht, en vooral weer stevig op de benen, besloten we richting kasteel te lopen dat hoog boven in het stadje lag. Het was eerst een stevige klim over een lange trap met honderd (het kunnen er ook wat minder zijn 😁 maar toch zeker wel 35) stenen treden waarop we echter zonder problemen de hoogte konden trotseren. Met de conditie valt het dus alleszins mee. Les Baux, de naam vanwege het bauxiet dat er gevonden werd, is een enorme toeristische trekpleister. En ja, dan ontkom je niet aan drommen bezoekers, talloze souvenirwinkels met petjes en t-shirts van Chinese makelij waarop ‘I ❤️Les Baux’ stond, stukjes kaas/worst/truffel van plaatselijke producenten die je beslist moet proeven etc. Wij lieten dat allemaal aan ons voorbijgaan en probeerden door deze toeristenmeuk heen het plaatsje te bewonderen. Dat was echt de moeite waard, en altijd weer wonderlijk hoe goed zulke dorpjes bewaard zijn gebleven in de loop der eeuwen. We liepen er een tijdje rond, klimmend en dalend, en toen vonden we het wel genoeg.

Aangezien we vlakbij St-Remy-de-Provence zaten, de plaats waar Van Gogh vele voetstappen heeft gezet, besloten we daar maar even naar toe te gaan. Dat bleek een leuk stadje, met veel kleine straatjes en een prettige uitstraling. Natuurlijk ook veel toeristen, maar daar horen we zelf tenslotte ook bij. Bij de bakker haalden we iets te eten, en ook een stuk meringue van enorme afmetingen. Als je Bert nu ergens blij mee maakt…Kortom, het was een geslaagd bezoek. 

Terug bij de tent was het alweer tijd voor een glaasje, en we braken de fles rosé aan die we van de camping in Vaison hadden meegekregen bij het afrekenen. Bleek dat ze een eigen wijndomein hadden, we hadden daar gewoon onze lege flessen kunnen laten vullen voor €3. Maar ja, dat wisten we niet. Zoals we ook niet wisten dat je er kon eten, tegen schappelijke prijzen. Tja.

Morgen is het zaterdag, dat betekent maar één ding: op naar de markt in Uzès. Nu eerst slapen, heerlijk op een stabiele ondergrond. Dat gewiebel, dat hebben we wel even gehad.

























zaterdag 6 september 2025

Dag 19 – donderdag 4 September: Remoulins

“The times, they are a-changin’ ”, Bob Dylan schreef het in1964. Hij moet een vooruitziende blik hebben gehad indertijd, of is het toch iets van alle tijden? In elk geval denk ik niet dat hij op dat moment voor ogen had wat wij nu allemaal meemaken. De veranderingen – niet altijd verbeteringen – volgen elkaar zo snel op dat het soms nauwelijks bij te benen is. Wie had kunnen bedenken dat je een vraag kunt stellen aan een virtuele robot, en een op maat gesneden persoonlijk antwoord terugkrijgt? Alsof het je beste vriend is.

Goed, wat bracht mij op deze gedachten? De talloze hondjes die in speciale hondenbuggy’s vervoerd worden. Fietsers met volle bepakking die een trektocht aan het maken waren en een jong poesje in een mandje achterop bij zich hadden (het wordt hier makkelijk 38+). Iemand die suggereerde dat een kleuter van 4 jaar, die thuis iets moest voorbereiden om in de klas te vertellen over wie ze was, toch wel even chatGPT kon gebruiken. De gekte ten top, als je het mij vraagt, en dat is dan nog afgezien van het feit dat je een kind van vier zo’n opdracht meegeeft. Het altijd-maar-meer-en-groter syndroom, alsof het niet een tandje minder kan. Er reed hier vandaag een camper het terrein op, een Hymer, van 8.20 meter. Met daarachter een aanhanger waarop een Smartje. De Duitse bezitters van dit vehikel moesten alle mogelijke moeite doen dit alles op de goede plek te krijgen, want zomaar een bochtje nemen is er niet bij. Tweedehands tel je al €165000 neer voor zoiets. Ik vind daar wat van.

Het was droog vanmorgen, toen we wakker werden. In de loop van de dag werd weer onweer verwacht, maar voorlopig konden we ons ontbijtritueel gewoon in gang zetten. Verder was het een rustdag voor ons, om bij te komen van alle inspanningen. Wel deden we de was, en omdat ze hier zelfs een droger hebben lag het binnen afzienbare tijd weer opgevouwen in de tassen. Alle handdoeken die we bij ons hadden waren kletsnat en vies geworden, omdat ze tot dweil gepromoveerd waren afgelopen dagen, maar nu konden we ze weer gebruiken waarvoor ze bedoeld waren: afdrogen na het douchen. Ook dat deden we uitgebreid. Bij mij sprong de knop voor het water steeds na 5 seconden uit dus dat vereiste enige handigheid, maar Bert ging er gewoon met zijn rug tegenaanstaan waardoor het water bleef stromen. Ik schreef wat aan het blog en aan het eind van de middag reden we naar de Lidl voor wat boodschappen. We hadden nog weinig energie, en beperkten ons tot een makkelijk te bereiden maaltje van gevulde gnocchi.

Tegenover ons kwamen wat huizen-op-wielen staan, die zo te zien de volgende ochtend weer gingen vertrekken. Als ze alleen het minimale uit hun caravan/camper halen weet je al dat het slechts overnachters zijn. Verder valt het op dat er ontzettend veel honden zijn. Toch is er weinig geblaf, alleen de fox terriër van de mensen schuin tegenover ons laat zich gelden als er vreemd volk in de buurt komt. Wat best vaak zo is natuurlijk, op een camping. Maar na negen uur ’s avonds, als het donker is, hoor je niets meer. Onze naaste buren, vanmiddag gearriveerd, hadden een gezellig zacht snoer opgehangen met sfeerlichtjes en een paar lampionnetjes erbij. Leuk, zit je ’s avonds in je eigen sprookjestuin. Zou je denken. Maar nee hoor, toen ik erlangs liep zag ik dat ze in hun caravan gekropen waren om een puzzeltje te doen. Bij TL-licht.




vrijdag 5 september 2025

Dag 18 - woensdag 3 september: Vaison – Remoulins

De boze Duitse dame van gisteren had voor de zekerheid de Durchgang die geen doorgang was geblokkeerd met een wasrek dat ze ‘geleend’ had van het tenthuisje, zodat die kaarten in elk geval geschud waren en iedereen sowieso om moest lopen. Tja. Je zit het meest jezelf in de weg denk ik, als je van dat soort dingen een punt maakt.

Na alle commotie hadden we erg veel behoefte aan een dagje rust. Het was al met al toch erg hectisch geweest, en onze spieren protesteerden lichtjes. Het plan was om dan donderdag naar Remoulins te gaan, in de Gard, naar camping La Sousta. Gisteravond laat, vlak voor we gingen slapen, keek ik voor de zekerheid nog even naar het weerbericht voor de komende dagen. Ja hoor, regen en onweer op donderdag. Hoewel we er behoorlijk tegenop zagen de tent nu alweer af te breken en dan later weer ergens anders op te zetten, besloten we toch alsnog vanmorgen te vertrekken. Dat de tent nat zou worden was geen probleem natuurlijk, maar de grond was nog zó verzadigd hier dat het mogelijk opnieuw voor problemen zou zorgen. En dan weer wachten tot alles droog was, geen zin in. Dus na het ontbijt de moed maar bij elkaar geraapt, en om half twaalf reden we het terrein af.

Het was al met al maar een dik uur rijden naar de nieuwe plek, maar je kwam wel meteen in een heel ander landschap. We zaten ten oosten van de Route du Soleil, en nu gingen we 70 km westwaarts. Om iets voor enen reden we La Sousta binnen. Het is altijd spannend of we daar dan terecht kunnen op een van de plekken aan de rand, maar tot nu toe was dat altijd gelukt. Het kan niet altijd feest zijn, want nu was alles vol aan die kant. We reden dus meer richting bos. Wat we zagen: een woud van witte woonmobielen. Werkelijk, niet te geloven. Met vrij veel moeite vonden we uiteindelijk een plek aan de rand, waar we redelijk privé konden staan, alleen was ook hier de grond duidelijk erg nat geweest. Bij de receptie hadden we een kaart gekregen met daarop aangetekend waar je beter niet kon gaan staan als er veel regen verwacht werd, en deze plek hoorde daar niet bij maar de twee ernaast wel. Toch namen we maar de gok, want verder beviel het ons wel. Om een uur of vier stond alles weer op zijn plek, en toen waren we echt helemaal kapot. ’s Avonds aten we een pizza in het restaurant, en het kostte behoorlijk wat moeite het ene been voor het andere te zetten. Kortom, we hadden heel vroeg de pijp uit. Maar, een groot voordeel: hier mogen we gewoon rechtdoor lopen naar het sanitair. Durchgang frei!







The night before...(foto's staan niet in goede volgorde)

....en de nieuwe plek!




donderdag 4 september 2025

Dag 17 - dinsdag 2 september: Vaison-la-Romaine


Feuilleton 'Toen de regen kwam': dag 3

Je kent het wel, die beelden van mensen in bijvoorbeeld Zuid-Limburg, die eindeloos proberen hun huizen en spullen van water en modder te ontdoen nadat de rivieren hun grenzen hadden verlegd en voor enorme overstromingen hadden gezorgd. Nu, zo ging het ons ook. En dan hebben wij alleen nog maar een tent. Het ergste is de viezigheid die het met zich meebrengt. Het gaat overal in en tussen zitten, en de kleine hoekjes bij scheerlijnen en aanspanpunten waren dankbare verzamelpunten van zand, steentjes en andere meegesleurde troep.

Goed, vandaag moest het gebeuren. Niet zo erg gewapend vol goede moed, maar wel met een intense drang de tent weer slaapklaar te maken voor vanavond, gingen we aan de slag. We dachten wel te kunnen volstaan met het uitbezemen van al het water, de spullen zoveel mogelijk schoon te maken en alles weer op zijn plek te zetten. Mis. Ik tilde even de binnentent op, om te zien hoe het er daaronder uitzag, en schrok me te pletter. Er stond ook daar nog zeker 5 centimeter water. Het was geen doen om dat eruit te krijgen terwijl de tent erin zat, dus moesten we hem loshalen zodat we alleen de buitentent nog hadden staan. En ook toen was het nog een megaklus. Het kostte heel veel tijd voor we alles eruit hadden, en omdat er een grijze moddersluier achterbleef gingen we er nog een paar keer met natgemaakte handdoeken overheen om het ergste eraf te krijgen. Is niet helemaal gelukt, maar toch wel voor 80% denk ik. We vonden het wel best zo, en konden eindelijk aan het opnieuw inrichten beginnen. Alle spullen die waren omgevallen en/of gaan drijven moesten we natuurlijk ook onder handen nemen, maar zo’n vier uur later hadden we alles toch wel weer op zijn plek. En, het belangrijkste: de bedjes lagen weer gespreid! De matjes waren wel wat nat geworden maar niet drijf, en de zon had goed zijn werk gedaan dus ze waren helemaal droog. Pfff.

We hadden de rest van de middag nodig om bij te komen. Niet alleen van vanmorgen, maar van de afgelopen 36 uur. Rond borreltijd vervoegden we ons weer bij de bar bovenaan het terrein, waar we het stel uit Maastricht troffen waar we eerder al mee aan de praat waren geraakt. Zij waren opnieuw onder de indruk; op onze leeftijd en dan kamperen in een tent?? Dus boden ze ons uit respect een drankje aan. De man van het stel sloeg intussen de ene na de andere pastis naar binnen, gelijke tred houdend met evenzovele glazen bier. Hij kon er kennelijk goed tegen, want hij vertoonde geen enkel verschijnsel van wankele tred. Dat kon ook niet, want hij zat op een kruk. Zijn vrouw deed het iets kalmer aan en hield het bij biertjes. Ze hadden een allerschattigste labradoodle bij zich, Lizzy, die zich voorbeeldig gedroeg. Zes maanden oud was ze, en ze hadden haar nog nooit horen blaffen. Luisteren deed ze ook als de beste. Een soort ideale schoonzoon, maar dan vrouwelijk en vermomd als wolbaal.

Eten deden we simpel, met spaghetti en pastasaus uit een pak dat we van huis hadden meegenomen. Voor ‘je weet nooit’, en dat was nu. 

We waren kapot en hadden geen energie meer voor koken. Intussen hadden we, schuin achter ons, nieuwe buren gekregen. Een bijzonder stel, Duitsers. Zo te zien zeer gefortuneerd, met een grote camper van naar schatting één tot anderhalve ton. Zij, een dame van begin 50, had een scherp gezicht en was in knaloranje verpakking gehuld. Hij, type old-school-hipster met een lange sik en een paardenstaart, had een grote krullerige hond aan de lijn. Hun camper stond op het veldje met aan de rand een paadje dat wij als kampeerders gebruikten om naar het wc-gebouw te gaan. Tijdens de opschoonactie hadden we er ook veelvuldig gebruik van gemaakt, omdat we naast dat veldje kleden en tenten te drogen hadden gelegd. Omdat het stel geen avondzon had verkasten ze met hun tafel en stoelen naar de overkant van het pad, waar ze dat wél hadden. Daar gezeten konden ze van de nodige uv-straling genieten, wat ze zo te zien sowieso al zeer regelmatig deden. Tot zover niets aan de hand. Tot wij ’s avonds, rond een uur of tien, nog even naar de wc gingen. Het was al donker, en zij zaten met de deur dicht in hun fort. Toen we terugliepen naar de tent zwaaide opeens de deur van hun camper open, zij stak haar hoofd naar buiten en riep woedend ‘Kein Durchgang! Kein Durchgang!’. Enigszins verbouwereerd riep ik dat het wél een doorgang was, en recht van overpad of zoiets. Maar ze herhaalde schreeuwend ‘Kein Durchgang!!!”. Ik kon mijn lachen niet inhouden, zoiets raars om helemaal niks. Dat viel echter helemaal verkeerd, en ze krijste erachteraan ‘Nicht lachen! Nicht lachen!’. Tja, dan voel je een soort puberaal gedrag in je opkomen dat je helemaal vergeten was. We schoten opnieuw in de lach, en harder natuurlijk. Hoezo niet lachen? Dat bepalen we zelf wel! Wat een mafkezen zeg. Als ze nu gewoon vriendelijk had gevraagd of we in het vervolg misschien even om wilden lopen was dat natuurlijk geen enkel probleem geweest. Maar nu bereikte ze het tegendeel. Ik probeerde me even voor te stellen hoe een klas schoolkinderen – waarvan ik er vele de revue heb zien passeren tijdens mijn loopbaan - hierop gereageerd zou hebben, en ik vermoed dat ze haar met boter en suiker zouden hebben ingemaakt. Met mijn welgemeende zegen deze keer. En zo gingen we, vrolijk gestemd door deze onverwachte slapstick, eindelijk weer slapen in ons eigen vertrouwde bedje. 

Einde.



Dag 16 – maandag 1 september: Vaison-la Romaine

 
Door waterschade is mijn oplader van de laptop beschadigd. Ik kan nu nog net een en hopelijk 2 berichten posten, mogelijk daarna even niet! En ook even geen foto's dus


We waren in diepe slaap gevallen gisteravond, na alle commotie. Vanmorgen werd ik om 7.30 weer wakker, en het duurde even voor ik wist wat er ook alweer aan de hand was. Ik keek eens om me heen, en zag allemaal grote zwarte vliegen op de grond liggen. Met een zwieper van de bezem, die daar kennelijk al voor dat doel klaargezet was, vlogen ze naar buiten. Waar ze bleven liggen, want ze waren op een enkeling na dood. Op de witte plastic eettafel lag er ook een heel stel. Bij nadere inspectie kreeg ik bijna een rolberoerte: het waren kakkerlakken! Zo smerig. Godzijdank wist ik dat niet toen we vannacht gingen slapen, dan had ik geen oog dicht gedaan. Verder zag ik dat we op een ‘laken’ van een soort vlieseline hadden gelegen, met kussenslopen van hetzelfde materiaal. Kon dus allemaal na gebruik zo de vuilnisbak in. Hoezo duurzaam? Maar goed, er hoefde geen water en energie verspild om te wassen, dus misschien kwam de voetafdruk uiteindelijk op hetzelfde neer. Het huisje was ontzettend donker, en stelde helemaal niets voor. De ruimte was in tweeën gedeeld met een grote canvasdoek. Een tweepersoonsbed aan de ene kant, een stapelbed aan de andere kant. Ernaast was 25cm ruimte, dus het was een hele kunst uit bed te komen zonder je schenen te stoten. Er stond ook nog een losse matras rechtop, maar waar je die neer moest leggen was mij een raadsel want het was hiervoor veel te klein. Verder stond er een koelkast, en wankel kastje met wat borden. Hoe je hi voor 4 tot 5 personen kleren kwijt moest? Geen idee. Maar voor ons speelde dat allemaal niet, wij waren allang blij dat we letterlijk hoog – want een meter boven de grond – en droog zaten. We gingen voor een kop koffie naar boven, waar de bar was, en troffen daar onze buren aan die aan het ontbijten waren. Zij waren pas om 4 uur wakker geworden, en toen als een razende naar de parkeerplaats boven gereden waar ze de nacht in de auto hadden doorgebracht. Ze waren zo vriendelijk ons iets van hun brood af te staan zodat we in elk geval een laagje in onze maag hadden. Intussen hadden ze geregeld dat ook zij een tenthuisje kregen. Niet veel later meldden de andere buren zich ook. Zij waren vlak na ons naar boven gereden vannacht, en hadden ook in een huisje mogen overnachten. Daar zaten we nu. Allemaal wat ontheemd. Na de koffie begonnen we met een inspectie van de tent. Wat we daar aantroffen was meer dan treurig. De koelbox was gaan drijven en omgevallen (ik had gisteren nog wel het benul gehad om de stekker eruit te trekken); de kratten met keukenspullen waren ook bootje gaan spelen en lagen ondersteboven. De boeken, die we er bovenop gelegd hadden, kon je uitwringen. In de binnentent leek het ietsje mee te vallen, maar de slaapzakken waren toch deels nat geworden. Dat was gebeurd toen ik gisteravond uit bed in de buitentent probeerde te komen; het opstaande randje sloeg even naar binnen en meteen golfde het water de tent in. Ook aan de achterkant zag ik een klein stroompje zijn weg zoeken, dus we legden de slaapzakken in de auto. Ook de kleren en toilettassen namen we mee. Verder konden we eigenlijk niets. Bert probeerde nog met een trekker uit de douche het water weg te krijgen, maar het was veel te veel en liep zo weer terug. Bovendien zou het weer gaan regenen, dus het was een zinloze onderneming. We konden niet veel anders dan ons er maar aan overgeven en we moesten echt nog een nacht langer in dat donkere onderkomen blijven. Dat kon en mocht. Toen ik meteen maar even melding maakte van de zeer ongewenste bezoekers vertelde de beheerder dat zij dat ook opeens hadden gehad. Het ging om zogenaamde boskakkerlakken, die massaal verdreven waren uit hun leefgebied. Dat maakte het een ietsiepietsie minder erg. We haalden alle kookspullen uit de tent, zodat we in elk geval konden eten vanavond. En omdat het er toch stond, maakten we ook nog maar een nieuwe bak koffie. Daarna was het wachten op betere tijden. Ik schreef aan het blog, we lazen wat. ’s Middags reden we naar Vaison om een bak thee en een potje bier te drinken. De ober was er een van het handige soort: hij nam een bierflesje in zijn rechterhand, hield het achter zijn schouder en wipte met diezelfde hand zo de dop eraf! Hans Klok was er niks bij.

De andere getroffenen hadden nog veel meer pech: zij hadden kletsnatte slaapzakken, en ook hun klerentassen hadden het niet drooggehouden. Zij zochten overal plekjes om hun kleding te drogen te hangen, maar aangezien het opnieuw hard ging regenen lukte dat niet echt. Jammer dat er hier, naast de wasmachine, geen droger was. Dat zou enorm geholpen hebben. Maar op dit terrein is de afgelopen 30 jaar helemaal niets veranderd, behalve dan het nieuwe sanitair blok, dus het was mazzel dat er überhaupt een wasmachine wás.

‘s Avonds namen we toevlucht tot ons noodrantsoen, een blik chili con carne met verse tomaat en ananas. Hadden we toevallig net ingeslagen, en het smaakte prima. De regen was opeens verdwenen, en een mooie avondlucht diende zich aan. Morgen zou het echt beter moeten zijn. We doken het donkere hol weer in, ik bande de gedachte aan kakkerlakken uit, en we vielen opnieuw in een diepe slaap.

maandag 1 september 2025

Dag 15 – zondag 31 augustus: Vaison-la-Romaine

Bij de fysio moest ik, zo’n 8 weken na mijn tweede heupoperatie, op een zacht wiebelkussen staan op één been en dan mijn evenwicht zien te houden. Na een paar keer oefenen lukte dat zowaar. De balans was dus prima in orde. Onthoud dat even.

Het was een stralende dag, met een strakblauwe lucht. Perfect dus voor een toertje rond de Mont Ventoux. Zoals te verwachten, wemelde het van anderen die hetzelfde idee hadden, maar dan op de fiets. Als mieren op een rij zwoegden ze zich naar boven, de een nog fanatieker dan de ander. De weg slingerde zich omhoog tot de top op 1910 meter. Sommigen zeggen dat dat niet klopt, dat het 1911 of zelfs 1912 moet zijn, maar inmiddels is vastgelegd dat het echt 1910 is. Je kunt natuurlijk de top van de toren meerekenen, en dan kom je hoger uit, maar dat is zelfbedrog. Ons maakte het niet uit, we vonden het alleen maar allemaal prachtig. Die wielrenners, die hebben geen gewone spieren, nee, die hebben staalkabels in hun benen. Wat een kanjers. Waar wij in Nederland enigszins geringschattend kunnen spreken over mamils (Middle Aged Men In Lycra) kun je ze hier alleen maar lof toezwaaien. Er zijn altijd uitzonderingen: vlakbij de top fietste een dame met grijzend haar van naar schatting 60+, die ogenschijnlijk zonder een enkele inspanning naar boven kwam, op iets wat op een omafiets leek. Het rieten mandje met bloemenslinger ontbrak er nog aan.

De uitzichten waren weergaloos. Op foto’s zie je er echter niet veel van, het is moeilijk zo’n ervaring digitaal te vangen. Maar het staat in ons geheugen gegrift. We waren gekomen vanaf de noordwestkant, en reden er dus weer naar beneden via de zuidoostkant. Een totaal andere vegetatie, met veel meer groen, maar ook al zo mooi. En overal fietsers. Het was voor ons dus goed uitkijken geblazen met inhalen, soms kwamen ze met 65 km per uur naar beneden suizen. Heel af en toe fietste er iemand zonder helm, en dan riepen wij heel hard ‘HELM!’ Niet dat het hielp.

Rond lunchtijd reden we Sault binnen. Bert had al de hele tijd gezegd ‘Better call Saul(t)’, maar dat kwartje viel bij mij pas toen we het stadje binnenreden. Het was in eerste instantie vrij duidelijk gericht op het fietstoerisme, maar toen we wat verder liepen kwamen we op een alleraardigst pleintje met verschillende restaurantjes. Bingo! Er was zowaar een tafeltje vrij, wel onder de bomen maar toch grotendeels in de zon. Of we dat erg vonden? Nee hoor, helemaal niet. We waren allang blij dat er plek was. We hebben er goddelijk gegeten, voor een bedrag waar je in Nederland misschien net een hamburger en een cola krijgt. Het is voor ons een deel van de vakantiepret, deze culinaire uitspattingen. Er wordt vaak nog zoveel werk van gemaakt, men neemt de tijd iets bijzonders op tafel te zetten. Hoewel je ook hier nu om de oren geslagen wordt met de Caesar/Ceasar/Cesar salade (in al deze mogelijke spellingsvarianten) en, daar is ie weer, pasta carbonara. De Aïoli was in elk geval voortreffelijk: gegrilde vis met geblancheerde groenten, enkele gekookte krieltjes en een perfecte aïoli met heul veul scherpe knoflook. De clafoutis, waar soms door recensenten wat lacherig over wordt gedaan, was rijkelijk gevuld met - uiteraard verse- perziken. Jammie.

Aldus goed gevuld reden we terug naar huis. ’s Avonds hadden we genoeg aan een stukje brood met kaas (en de plaatselijke rosé natuurlijk). Voordat we de nacht ingingen prepareerden we de tent. Het zou flink gaan onweren, er was zelfs een noodwaarschuwing uitgegaan, dus het was belangrijk alles zo in te richten dat we zonder problemen onze ochtendkoffie konden maken. Maar de lucht was rustig, dus we bleven nog een tijdje buiten zitten lezen. Om een uur of tien hielden we het voor gezien. Gelukkig was er geen druppel gevallen.

Om middernacht, ik moest er even uit om te plassen, was het nog steeds droog. Twee uur later werd ik weer wakker doordat Bert nogal lag te draaien. Ik begreep er niets van, hij slaapt nooit zo onrustig. Toen ik de binnentent opendeed om de zaklamp te pakken schrok ik: de tent stond vol water! Wat bleek: we lagen op een waterbed. Er stond 10 centimeter water, en dat was onder het zeil van de binnentent doorgelopen. Het onweerde ook meer dan verschrikkelijk. Bert was inmiddels ook wakker, en we besloten direct belangrijke spullen mee te nemen en in de auto naar boven te rijden. Er is hier ook een rivier naast de camping, veel te gevaarlijk. Het was een hele toer de tent uit te komen. Probeer je evenwicht maar eens te bewaren als alles beweegt, dat valt niet mee. Zelfs niet als je dat bij de fysio geoefend hebt. Maar uiteindelijk zaten we in de auto. Het pad was een kolkende rivier geworden, en we zagen bijna niks. Boven, bij de bar, brandde licht. Ze hadden alles opengegooid om te kunnen helpen waar nodig. Wij mochten in een van de tenthuisjes slapen, en gewapend met een paraplu van de zaak plus een fles drinkwater reden we opnieuw door de stromende regen op zoek naar huisje nummer 21. Daar was schoon beddengoed, er was stroom en het was er droog. We waren zelf drijfnat, maar kropen toch maar zo onder de dekens. Waar Bert begon te zingen: ‘Hendrik Haan uit Koog aan de Zaan heeft de kraan open laten staan’ 😁













Dag 35 – zaterdag 20 september: Dijon – Groningen en nabeschouwing.

Het kamperen is voor ons niet alleen een reis van de ene plek naar de andere, maar ook een reis door onze herinneringen. Niet zozeer door he...