“Mien Toentje”
‘Moar mien toentje, moar mien toentje,
Ja dij mis ik naait geern’
Dit prachtige Grunniger lied van Ede Staal, geschreven niet lang voor hij overleed, kwam vanmiddag bij ons op. Zoek het vooral even op op Google en luister naar dit mooie poëtische nummer. Het werd geschreven als tune voor de vaste tuinrubriek van Radio Noord. Zonder Ede ook maar enigszins tekort te willen doen maakten wij er in ons hoofd ‘ Ons tentje’ van.
Zoals verwacht had het vannacht behoorlijk geonweerd. Een paar rake harde klappen waar Bert dwars doorheen sliep. Wat mijn hoestbuien betreft, ook daar had hij niets van gemerkt. Gelukkig. Maar alles buiten de tent was nat, en er stonden grote plassen op het terrein. We hadden er niet aan gedacht de luifel aan te ritsen, dus koffiezetten zou wat lastig zijn. Bij de bar van de camping, waar we toch onze croissants moesten halen, konden ze dit moeiteloos van ons overnemen zodat we om negen uur boven aan het ontbijt zaten. Die croissants zijn hier trouwens niet echt lekker, we hebben ze nu een paar keer gehad en elke keer waren ze taai. Morgen dus maar weer onze vertrouwde ontbijttoostjes, wel zo lekker.
Het was inmiddels gestopt met regenen, en we ritsen alsnog de luifel aan. Dat vergroot de leefruimte enorm, en zorgt er ook voor dat je indien nodig kunt koken als het regent. Weer een klus geklaard. Bert vouwde de was op die we gisteren maar eens gedaan hadden, en daarna waren we klaar om te gaan. Naar Vaison, want het historisch centrum scheen zeer de moeite waard te zijn.
Al snel vonden we een parkeerplaats, in de schaduw (want intussen was de zon weer flink gaan schijnen) en naast het Bureau de Tourisme. We haalden daar een stadsplattegrond, en maakten eerst een wandeling door de stad. Na een bak koffie, met onder de arm een doos met twee grote stukken flan, liepen we naar de oude stad, hooggelegen aan de andere kant van de rivier. Dat was een beste klim, niet in de laatste plaats omdat het weer zo warm was. Maar het lukte, en het was niet al te groot. Dat vonden we juist heel fijn want eerst een pittige klim in de hitte, en dan nog rondlopen, dat was nog wel een uitdaging. We namen de tijd om alles goed te bekijken, en altijd kom je weer verrassende dingen tegen. Op een eeuwenoud muurtje aten we de flan, van de patisserie. Minstens één keer per vakantie doen we dat, dat hoort er gewoon bij. Zo lekker!
Terug in de gewone stad, die niet te groot is maar wel gezellig en ook behoorlijk toeristisch, hadden we dorst. De thee die ik bij de theesalon bestelde kreeg ik zowaar in een potje! Ik kreeg het niet eens op. We hadden de pijp uit, de benen hadden genoeg gelopen. Bij de Super U, die er veel beter georganiseerd uitzag dan de rommelige Intermarché waar we gisteren waren, haalden we nog wat voor het avondeten. Heel simpel, want de verwachting was dat het weer zwaar zou gaan onweren en dan kun je het beter makkelijk houden.
Terug op het terrein kwam er zowaar een ander ouder, echtpaar naast ons staan. Met, jawel, een tent! Dat is tegenwoordig zeer uitzonderlijk. In onszelf zongen we toen maar ‘want mien tentje, want mien tentje, ja dij mis ik net geern..’
Terug op het terrein kwam er zowaar een ander ouder, echtpaar naast ons staan. Met, jawel, een tent! Dat is tegenwoordig zeer uitzonderlijk. In onszelf zongen we toen maar ‘want mien tentje, want mien tentje, ja dij mis ik net geern..’
Nu heb ik de hele tijd Mien toentje in mijn hoofd zitten haha. Leuke variatie, ook met een tent aaltied dieverdoatsie!
BeantwoordenVerwijderenHahaha...maar het is wel een prachtig lied! En aan dieverdoatsie geen gebrek hier inderdaad ;)
Verwijderen