zondag 31 augustus 2025

Dag 14 – zaterdag 30 augustus: Vaison-la-Romaine

Day Zero. Zo werd een dagje nietsdoen beschreven in het boek ‘De Ultieme Tocht’, van Tim Voors. Daarin beschrijft hij hoe het hem vergaat bij het lopen van een 5000 km lange tocht, de Continental Devide Trail (CDT) genoemd, die van Canada tot Mexico loopt. Onder andere dwars door de Rocky Mountains in Colorado met zijn hoge bergtoppen, dat is niet mis. Hoewel je hem in principe alleen loopt, vormen zich onderweg toch vaak groepjes. Als zo’n groepje een paar nachten bij een bewoond plaatsje blijft hangen, is er altijd een Day Zero. Niets doen, behalve douchen en je kleren wassen, als daar nog wat van over is tenminste. Er zijn overigens veel meer van deze ultralange trails, van noord naar zuid en van oost naar west. Ik moet er persoonlijk niet aan denken, maar vind het wel de moeite waard om erover te lezen. Dan vormt zich in mijn hoofd een beeld, en ben ik dubbel blij dat ik dat vanuit mijn luie stoel kan doen. Met oneindig veel respect voor degenen die het volbrengen.

Je snapt het al: wij hadden vandaag zo’n nuldag. Lekker luieren, lezen, alleen even een boodschapje doen (bij de Super U, waar we zeker een half uur gezocht hebben naar onze favoriete ontbijttoastjes. Uiteindelijk vond Bert ze bij de afdeling thee en biscuits, waarop hij meteen maar drie pakken meenam). Tja, en dan gebeurt er ook niet veel. Om een uurtje of vijf liepen we naar de bar boven, waar Bert het allerlaatste stout-biertje confisqueerde, en ik een waterijsje nam. Verschil moet er zijn.

We zijn nog steeds heel tevreden met dit terrein. Inmiddels is het wel veel drukker geworden, en onze hele rij is nu wel bezet. Maar je merkt er niets van. Bij het wc-gebouw deden we laatst een ontdekking. We wisten natuurlijk allang dat er zeep was bij de wastafels, heel fijn. Ik snap niet dat ze dat niet standaard overal hebben. Nu moet je het zelf meenemen als het er niet is, en dat vergeet je dan weer. Maar goed, die zeep was één ding, het andere de handdoekjes. Of een blazer. Of, in elk geval íets om je handen af te drogen. Opeens zag ik een houder met allemaal…papieren handdoekjes. Top! Deze camping krijgt van ons een extra plusje. Tot het moment dat we daadwerkelijk zo’n handdoekje wilden gebruiken. Hee, ze waren toch wel erg klein. Hm. Er kwam een meneer aan, die trok een flinke stapel van die handdoekjes eruit. En…verdween in de wc. Ja, goed geraden: het was wc-papier! Je moest dus van tevoren inschatten hoeveel je dacht te verbruiken, en omdat je dat lang niet altijd weet pak je automatisch veel te veel. Of juist te weinig. En hoe dat afloopt laat zich raden 😖 Ergo: wij nemen de traditionele rol maar weer mee onder de arm.

Voor de verandering kookten we eens uitgebreid, wat nog wel een goede logistieke planning vraagt als je maar één pit hebt. We hadden wel een tweede bij ons, maar die was niet goed regelbaar en had ons al een flink aangebrande pan bezorgd. Deze keer hadden we het beter in de hand, en zowel de haricots verts met crème fraîche als de lamskoteletten smaakten uitstekend. Een bekertje yoghurt maakte het af, en zo eindigde deze dag toch niet zo Zero als hij begonnen was. Maar wel heel Zen, en dat is toch bijna hetzelfde.





vrijdag 29 augustus 2025

Dag 13 – vrijdag 29 augustus: Vaison-la-Romaine

‘Zijn jullie bang voor vampiers?’ vroeg onze buurvrouw. Nee, hoezo? Nou, omdat jullie knoflook in de boom gehangen hebben. Daar houden vampiers niet van toch? Dat van de knoflook klopte, die hing daar inderdaad, maar dat had als enige reden dat de auto er zo naar ging ruiken. Dus zochten en vonden we een andere plaats.

Gisteravond ging het los met het onweer en de bijbehorende regen. Doordat we nu wél de luifel hadden uitgespannen konden we echter gewoon buiten blijven zitten tot we gingen slapen. Ideaal. Om ons heen veranderden de paadjes in beekjes, en we kregen een gratis zwembad naast de tent, maar in het leefgedeelte bleef alles droog. Er schijnt maandag nog zo’n dag aan te komen, allemaal restverschijnselen van orkaan Erin. Ach, we zien wel. Het is hier toch minder heftig dan in de bergen, waar het ook vaak rond blijft zingen.

Om precies tien uur vanmorgen reden we het terrein af voor een toertje rond de dorpjes van de Mont Ventoux. Daar kijken we namelijk op uit. De aftrap was in Crestet, het dorpje hoog op de heuvels waar we vanuit onze kampeerplek op uit kijken en wat ’s avonds zo feeëriek verlicht is. Het was betoverend. Er was nog niemand, het was vrijwel onaangetast, en de zon zorgde voor een prettige temperatuur van zo’n 22 graden. Bijkomend voordeel was dat de bestrating, uiteraard bestaande uit losse stenen in alle mogelijke vormen en maten, goed vast lag zodat we overal houvast hadden. Wel zo prettig als je einden omhoog en naar beneden moet klimmen. Toen we gisteren over de ronde keien naar de oude stad in Vaison liepen was het hier en daar toch wel glad. Maar goed, Crestet. Een pareltje dus! We hebben er zeker een uur rondgelopen, ons verbazend over de goede staat van het geheel en intussen zoekend naar de plekjes voor de mooiste foto’s. Er was verder helemaal niets, geen horeca of chambre d’hôte te zien. Het enige restaurant wat kennelijk ooit een poging gewaagd had was te koop. Ik zal de locatie doorgeven aan de redactie van Ik Vertrek, wie weet is er nog een stel Nederlanders dat hier brood in ziet (maar ik vrees het ergste).










Na het zien van zoveel moois moesten we even bijkomen. We maakten een toertje langs verscheidene andere dorpen, maar geen enkel kon ook maar tippen aan Crestet. Dieptepunt was het plaatsje Malaucène, dat er erg verwaarloosd uitzag in het centrum. Terwijl het daarbuiten juist redelijk welvarend was, met name doordat daar veel wielrenners de start naar de top beginnen. Maar kennelijk leverde dat niet genoeg geld op om de verwaarlozing van het historisch centrum te stoppen. We hadden het wel gezien. Dan maar gewoon de omgeving verkennen. Dat dachten een paar honderd wielrenners ook, dus het was wel even oppassen op de smalle kronkelwegen. Die wielrenners hadden tijdens het trappen natuurlijk niet veel oog voor de natuur, die hadden het zwaar genoeg om naar boven te komen zonder zich ook nog eens te hoeven bekommeren om de omgeving. Op een gegeven moment zagen we zwaailichten, en ja hoor, daar was een wielrenner (of – ster, dat weten we niet) in aanraking gekomen met een auto. Twee politiewagens, een ambulance, een technisch bedrijf, laten we hopen dat het allemaal meeviel.







In het plaatsje Bedoin wilden we lunchen. Er was genoeg, maar ons oog viel op een gezellig terras in een binnentuin, het restaurant van Lily et Paul. Was dat even een voltreffer! De tweede van vandaag na Crescet. We kregen een voortreffelijk maal voorgeschoteld, met als entrée een terrine van verse groenten en als hoofdgerecht roodbaars met risotto in een crème van bieslook. De terrine was een aspic, iets dat nog maar zelden gemaakt wordt maar er altijd spectaculair uitziet (zoek maar op). Voor een bedrag waar je in Nederland nog geen zak patat (of friet, afhankelijk van waar je woont 😉) voor krijgt. Een Michelinster, of op z’n minst een nominatie, waardig.

Toen we onze tocht vervolgden begon het weer te regenen, en na een tijdje kreeg ik zin in thee. De thee die ik gisteren ook had gedronken in Vaison, wel te verstaan. Dus reden we daarnaartoe, in de veronderstelling dat het door de regen wel rustig zou zijn. Nou, nee dus. Drommen mensen in de straten, en voor we een parkeerplek hadden waren we zo een half uur verder. Maar tijd, die hadden we in overvloed, dus het maakte niet uit. Na de pot thee konden we er weer tegen, en nu zitten we aan een heerlijk glaasje rosé van de plaatselijke wijnboeren. De regen is verdreven, en de avondzon laat zich gelden. Er is maar één minpuntje aan deze avond: de onvermijdelijke geur van knoflook, die bij ieder zuchtje wind je neusgaten binnendringt. De vampieren zullen zich wel koest houden.






donderdag 28 augustus 2025

Dag 12 – donderdag 28 augustus: Vaison-L-R

“Mien Toentje”

‘Moar mien toentje, moar mien toentje,
Ja dij mis ik naait geern’

Dit prachtige Grunniger lied van Ede Staal, geschreven niet lang voor hij overleed, kwam vanmiddag bij ons op. Zoek het vooral even op op Google en luister naar dit mooie poëtische nummer. Het werd geschreven als tune voor de vaste tuinrubriek van Radio Noord. Zonder Ede ook maar enigszins tekort te willen doen maakten wij er in ons hoofd ‘ Ons tentje’ van.

Zoals verwacht had het vannacht behoorlijk geonweerd. Een paar rake harde klappen waar Bert dwars doorheen sliep. Wat mijn hoestbuien betreft, ook daar had hij niets van gemerkt. Gelukkig. Maar alles buiten de tent was nat, en er stonden grote plassen op het terrein. We hadden er niet aan gedacht de luifel aan te ritsen, dus koffiezetten zou wat lastig zijn. Bij de bar van de camping, waar we toch onze croissants moesten halen, konden ze dit moeiteloos van ons overnemen zodat we om negen uur boven aan het ontbijt zaten. Die croissants zijn hier trouwens niet echt lekker, we hebben ze nu een paar keer gehad en elke keer waren ze taai. Morgen dus maar weer onze vertrouwde ontbijttoostjes, wel zo lekker.

Het was inmiddels gestopt met regenen, en we ritsen alsnog de luifel aan. Dat vergroot de leefruimte enorm, en zorgt er ook voor dat je indien nodig kunt koken als het regent. Weer een klus geklaard. Bert vouwde de was op die we gisteren maar eens gedaan hadden, en daarna waren we klaar om te gaan. Naar Vaison, want het historisch centrum scheen zeer de moeite waard te zijn.

Al snel vonden we een parkeerplaats, in de schaduw (want intussen was de zon weer flink gaan schijnen) en naast het Bureau de Tourisme. We haalden daar een stadsplattegrond, en maakten eerst een wandeling door de stad. Na een bak koffie, met onder de arm een doos met twee grote stukken flan, liepen we naar de oude stad, hooggelegen aan de andere kant van de rivier. Dat was een beste klim, niet in de laatste plaats omdat het weer zo warm was. Maar het lukte, en het was niet al te groot. Dat vonden we juist heel fijn want eerst een pittige klim in de hitte, en dan nog rondlopen, dat was nog wel een uitdaging. We namen de tijd om alles goed te bekijken, en altijd kom je weer verrassende dingen tegen. Op een eeuwenoud muurtje aten we de flan, van de patisserie. Minstens één keer per vakantie doen we dat, dat hoort er gewoon bij. Zo lekker!














Terug in de gewone stad, die niet te groot is maar wel gezellig en ook behoorlijk toeristisch, hadden we dorst. De thee die ik bij de theesalon bestelde kreeg ik zowaar in een potje! Ik kreeg het niet eens op. We hadden de pijp uit, de benen hadden genoeg gelopen. Bij de Super U, die er veel beter georganiseerd uitzag dan de rommelige Intermarché waar we gisteren waren, haalden we nog wat voor het avondeten. Heel simpel, want de verwachting was dat het weer zwaar zou gaan onweren en dan kun je het beter makkelijk houden.

Terug op het terrein kwam er zowaar een ander ouder, echtpaar naast ons staan. Met, jawel, een tent! Dat is tegenwoordig zeer uitzonderlijk. In onszelf zongen we toen maar ‘want mien tentje, want mien tentje, ja dij mis ik net geern..’

Dag 11 - woensdag 27 augustus: Vaison-la-Romaine

Vandaag hou ik het even kort, gewoon omdat er niet zo heel veel te vertellen is. Het was namelijk nog steeds snoeiheet en drukkend, dus we confisceerden de plek naast ons waar veel meer schaduw was.. Op een goed moment gebruikten we zelfs onze cool towels, ooit in Amerika gekocht, die je natmaakt en om je schouders legt. Het fijne daarbij is dat je kleding niet kletsnat wordt. Intussen keken en luisterden we naar alle vogeltjes die hier een waar lustoord hebben. Een roodborstje vond het kennelijk gezellig bij ons, en kwam steeds opnieuw even kijken. Hij zocht een raam om tegenaan te tikken, maar ja, tent hé ;)

In de middag reden we naar Vaison-la-R, waar we de in de koelte van de Intermarché op ons gemak ons avondeten konden uitzoeken en wat plaatselijke rosé inslaan. We hadden niet veel trek,  maar de merguez met brood en wortelsalade gingen er later op de avond toch goed in. Vannacht gaat het hier ook regenen en onweren, alleen minder heftig dan in de Alpen. We gaan het zien. 

Hier moeten jullie het mee doen voor vandaag. Morgen weer een nieuwe ronde!


 

Dag 10 – dinsdag 26 augustus: Valgo – Vaison-la-Romaine

“ ‘Ha-tsjoe! Ha-tsjoe! Ha-tsjoe!’ Wat was dat nu? Pinkeltje schrok er zelf van en de muisjes schrokken ook. Ha-tsjoe! Ha-tsjoe! Ha-tsjoe,’ deed Pinkeltje weer.
Och, och, wat was die Pinkeltje verkouden geworden. Telkens en telkens moest hij weer niezen en dan kwamen er traantjes in zijn ogen. Pinkeltje was erg verkouden en daarom bleef Pinkeltje maar stil in zijn muizenholletje zitten." (uit Pinkeltje, Dick Laan)

Verander Pinkeltje in Saskia, het muizenholletje in tent, en je hebt een aardig beeld van hoe het hier gaat. Bijzonder hoe sommige strofes uit (kinder)boeken je bijblijven. Maar snotverkouden, dat was ik en dat ben ik nog steeds. Bert ging mij voor, maar die was na drie dagen alweer behoorlijk opgeknapt. Hoe dan ook, we lieten ons er toch niet door weerhouden, en om 8.15 begonnen we met het afbreken van de tent. Bert moest dus flink doorpakken. 
Hij was kennelijk ook beïnvloed door de schoonmaakwoede van de buurman, en veegde het onderzeil van de tent tot twee keer toe schoon. Maar het lukte allemaalen dik anderhalf uur later reden we het dorp binnen om daar onze ochtendkoffie te bestellen op het terras van Hotel Mont Olan. Helaas was er nog maar één croissant voorhanden, maar dat was zo’n uit de kluiten gewassen exemplaar dat we hem gewoon doormidden hebben gescheurd.


Na een noodwaarschuwing voor bijzonder slecht weer in de Alpen waren we blij dat we de keus gemaakt hadden op te breken, en we hadden ook een mooi plan voor deze dag. We gingen naar Vaison-La-Romaine, in de Vaucluse, en wel via de Col Du Noyer. Die hadden we eigenlijk eerder willen rijden, maar dit werkte ook heel goed. Ik kon weer mooi oefenen met haarspeldbochtjes op niet al te brede wegen, en hoewel het zweet in mijn handen stond kreeg ik het goed voor elkaar. Hoogtevrees, je wenst het anderen niet toe. Maar goed, precies om twaalf uur waren we boven, en het was allemaal weer even mooi. De rit ernaar toe, de col zelf. Er was duidelijk geïnvesteerd in de aanleg van een en ander. Er waren fietsenrekken, genoeg parkeerplaatsen en uitkijkplekken. In de eco-wc, in een gebouwtje buiten, zag Bert tot zijn verbazing exact hetzelfde marmoleum liggen als wij in de keuken hebben.

Het restaurant was druk bezet, en op het terras was geen plaats meer, maar binnen wel. Dat kwam mooi uit, we wisten niet hoelang we nog moesten rijden voor we een goede plek gevonden hadden, en met een stevige lunch achter de kiezen konden we het wel even uithouden. Ze hadden er behalve de meer standaard dingen ook gevulde crêpes, lekker! Ik had iets met kaas en gedroogde ham, bij Bert zat daar nog Roquefort bij.























Deze weg dus...





Na deze volstopperij reden we door een heel ander landschap door, eerst naar de Drôme, en daarna naar de Vaucluse. Terwijl we daar reden zag ik opeens iets bekends: de plek waar we twee jaar geleden zo prachtig gekampeerd hadden! En, dus ook vlakbij, de supermarkt waar je zo goedkoop kon tanken. De auto dus maar even tot de nok toe volgegooid, en wat boodschappen gedaan.

Onze eindbestemming was camping Domaine de la Cambuse, een wijnboer die om de eindjes aan elkaar te knopen kampeermogelijkheden had geschapen. Het was al vrij laat toen we daar aankwamen, iets van half zes. We mochten kiezen uit drie plaatsen, waarvan we er twee niet konden vinden. Maar we vonden het ook niks. Het zag er smoezelig uit, bomvol landgenoten, en het was tegen de 40 graden met ook nog eens veel te weinig diepe schaduw. Wat nu? Nou, dan komt je vriend Google maps te hulp. Je tikt in ‘campings’ en alle in de buurt gelegen terreinen verschijnen op de kaart. Ons oog viel op ‘Les Voconces’, geen idee waarom. Omdat het al laat was en het opzetten ook nog enige tijd in beslag zou nemen, besloten we dat dit de laatste poging was voor vandaag. Was het niks, zouden we een hotelletje pakken en morgen verder zoeken. Een klein weggetje leidde ons naar de ingang, waar we een kaart kregen met de plekken die bezet waren. Dat waren er vijf. Van de honderd. Kortom, we konden maar uitzoeken. Daar deden we nog best lang over, maar om half zeven konden we toch melden dat het plaats 18 was geworden. Met uitzicht op de wijngaarden. Mooi. Nu alleen de tent nog. In die 36 graden, vochtige hitte was dat beslist geen sinecure, vooral omdat er ook veel op Bert neerkwam. Hoewel, ik heb me ook stevig geweerd en tal van pennen ingeslagen, matjes bijgeblazen, kratten gesjouwd. We waren allebei kapot en doorweekt van het zweet. Zelfs mijn bril zat onder de druppels. Maar…om iets voor achten zaten we toch mooi met een glaasje, een kaasje, saucisson en een baguette te genieten. Alwéér zo’n superplek! Kers op de taart was het mooiste, grootste en best geoutilleerde sanitairgebouw ooit. Ik denk dat er wel zo’n 20 wc’s waren, heel veel douches, en zelfs kleine badkamertjes met douche, wc en wastafel. Duur hier? Welnee. Inclusief stroom €23.

Eind goed al goed, dacht Pinkeltje. Hoewel? Ha-tsjoe! Ha-tsjoe!






Dag 35 – zaterdag 20 september: Dijon – Groningen en nabeschouwing.

Het kamperen is voor ons niet alleen een reis van de ene plek naar de andere, maar ook een reis door onze herinneringen. Niet zozeer door he...